Beantwoording Kamervragen over buffer pensioenfondsen en terugstorting

Op 1 juli 2024 heeft demissionair minister Schouten vragen van het Kamerlid Joseph (NSC) beantwoord over de buffers van pensioenfondsen en de toepassing van artikel 129 van de Pensioenwet (PW). Schouten bevestigt dat artikel 129 PW ook na de inwerkingtreding van de Wtp nog steeds geldt voor terugstortingen aan de werkgever en dat het belanghebbendenorgaan bij toepassing van dit artikel een goedkeuringsrecht heeft. Als het pensioenfonds niet invaart, nog niet is ingevaren of een vaste uitkering blijft uitvoeren kan artikel 129 PW nog van toepassing zijn. Bij het invaren van opgebouwde aanspraken en rechten in een solidaire premieregeling of flexibele premieregeling met variabele uitkering kan niet langer aan de voorwaarden van artikel 129 PW worden voldaan.

Compensatie bij invaren is geen terugstorting in de zin van artikel 129 PW. Bij invaren is de aanwending van vermogen wettelijk voorgeschreven en ook compensatie kan daar onder voorwaarden een onderdeel van zijn. Compensatie kan echter ook op andere manieren worden vormgegeven, zowel binnen als buiten de pensioenregeling.   

Met de inwerkingtreding van de Wtp zijn in art. 129 PW de voorwaarden met betrekking tot premiekorting geschrapt, omdat premiekorting in het nieuwe pensioenstelsel niet passend is.

Bron: Tweede Kamer, 1 juli 2024.