Rechtbank Den Haag: schadevergoeding voor Bpf bij achterstallige premie

De Rechtbank Den Haag heeft op 20 november 2025 geoordeeld dat een onderneming die zich bezighoudt met handel in fourage en transportactiviteiten verplicht is deel te nemen in het Pensioenfonds Vervoer.

De vordering van het Pensioenfonds om achterstallige premies te innen werd toegewezen en het beroep op verjaring van de onderneming werd verworpen Het beroep op verjaring slaagde niet, omdat het pensioenfonds de vordering had gebaseerd op een onrechtmatige daad wegens schending van de nalevingsplicht inzake artikel 4 Wet Bpf 2000. Daarmee is de verjaring als bepaald in art. 3:310 BW (verjaring bij vordering toto schadevergoeding) van toepassing. Een dergelijke vordering tot schadevergoeding verjaart vijf jaar na de dag, volgend op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de aansprakelijke persoon bekend is geworden.  Omdat Pensioenfonds Vervoer pas in 2023 bekend raakte met de verplichte aansluiting van de onderneming achtte de rechter de vordering niet verjaard.

In de afgelopen jaren zijn er verschillende uitspraken geweest met betrekking tot verjaring. Een rode lijn daarin is helaas (nog) niet te ontdekken.

Bron: Rechtspraak.nl, 24 november 2025