De Hoge Raad oordeelde op 22 mei 2026 (ECLI:NL:HR:2026:795) dat een verplichtstellingsbesluit van een bedrijfstakpensioenfonds dat geen hoofdzaakcriterium bevat, niet onbeperkt kan worden toegepast. Volgens de Hoge Raad brengt uitleg volgens de cao-norm mee dat er wel degelijk een ondergrens of drempelcriterium geldt. Hiervan is sprake wanneer een onderneming vrijwel uitsluitend andere activiteiten verricht die niets van doen hebben met de desbetreffende bedrijfstak en de onderneming in verhouding tot de totale bedrijfsactiviteiten slechts op verwaarloosbare schaal activiteiten verricht die onder het verplichtstellingsbesluit vallen. De Hoge Raad heeft de zaak terugverwezen naar het Hof Arnhem-Leeuwarden. Het Hof zal moeten beoordelen of in het specifieke geval van deze werkgever sprake is van het op verwaarloosbare schaal verrichten van activiteiten als genoemd in het verplichtstellingsbesluit.
Met deze uitspraak van de Hoge Raad ontstaat een nieuwe lijn in de rechtspraak. Tot nu toe werd in lagere rechtspraak doorgaans met toepassing van de cao-norm aangenomen dat een verplichtstellingsbesluit zonder drempel- of hoofdzaakcriterium moest worden toegepast, ongeacht de (beperkte) mate waarin de onderneming bedrijfsactiviteiten als genoemd in het verplichtstellingsbesluit verricht. De Hoge Raad nuanceert dit nu door ook de onaannemelijkheid van de rechtsgevolgen mee te wegen van een uitleg van het verplichtstellingsbesluit die zou meebrengen dat geen enkele ondergrens geldt.
Bron: Rechtspraak.nl, 22 mei 2026.



