Compensatie: heet hangijzer van pensioenakkoord

Compensatie: heet hangijzer van pensioenakkoord

12/6/20
Pensioen: het was al een complex onderwerp en het wordt alleen nog maar complexer, beschouwt Liesbeth Hufen, Adviseur bij Montae & Partners en docent van The Finance Academy. “De impact op ondernemingen is groter dan alleen het pensioen van medewerkers. Het is belangrijk dat je als financial op de rijdende trein springt.”

Die rijdende trein heet het pensioenakkoord. Het kabinet onderhandelt op dit moment met werknemers- en werkgeversorganisaties over een nieuw pensioenstelsel. Bij pensioenregelingen met een doorsneepremie betaalt de werkgever voor iedere deelnemer dezelfde premie voor dezelfde opbouw. Dat wordt losgelaten. Daar komt een vlakstaffel voor in de plaats. Daarbij bepaalt de leeftijd van een werknemer hoeveel pensioenopbouw mogelijk is. “Het pensioenakkoord alleen al heeft een enorme impact, maar daarnaast stijgt de AOW-leeftijd minder hard dan eerder werd aangenomen. De wet die dat regelt, is inmiddels aangenomen en geldt al sinds 1 januari 2020. Daardoor stoppen medewerkers eerder dan je wellicht dacht. Dat kan betekenen dat je key players eerder weg zijn uit je organisatie. Daarnaast verdwijnt de doorsneepremie.”

Ook komen nog wijzigingen als een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor ZZP’ers en de mogelijkheid om extra te sparen voor verlof.

Verdiepen in pensioenen

Al die wijzigingen maken dat financials, met de CFO voorop, zich wel moeten verdiepen in het onderwerp pensioen. “Hoe ziet mijn werkende populatie eruit? Welk beleggingsrisico voor het pensioen kunnen werknemers nemen, ook gezien hun leeftijd? Als je net voor je pensioen staat, kun je minder risico nemen dan dat je nog heel veel jaren te gaan hebt. Last but not least: wat betekent het nieuwe stelsel voor de lasten van de onderneming? Want dat de impact groot kan zijn, is wel duidelijk. Hoe groot de impact is, is per onderneming verschillend en afhankelijk van vele factoren.”

Koffiedik kijken

De onderhandelende partijen zijn er nog niet uit. Dus hoe het pensioenakkoord eruit komt te zien, is nu nog koffiedik kijken. Alhoewel er wel telkens snippers informatie uit het overleg komen. Duidelijk is al wel dat de eerste wijzigingen op 1 januari 2021 van start gaan, waarna een big bang waarschijnlijk volgt vanaf 2027. Voordat Hufen verder de inhoud induikt, legt ze eerst uit waarom het stelsel op de schop gaat. Naast de aanhoudend lage rente, heeft dat met name te maken met de bevolkingsopbouw. De vergrijzing zorgt ervoor dat relatief veel mensen van hun pensioen genieten, terwijl dat voor werkenden nauwelijks meer is op te brengen. Een soort waterhoofd. Die werkenden betalen dan ook een hoge premie. Die solidariteit is op den duur niet meer vol te houden. Daarnaast worden we steeds individualistischer. Veertig jaar bij een baas is al een uitzondering en we kennen een groeiend aantal ZZP’ers. Jongeren willen niet meer een hoge premie voor ouderen ophoesten. Ook omdat ze er niet zeker van zijn of ze dat terugzien. Terwijl ouderen hun pensioen waardevast willen houden en niet willen worden gekort.”

Zwaar onder druk

Er moet wel worden ingegrepen. Het vertrouwen in het pensioenstelsel staat zwaar onder druk. Niet in de laatste plaats door de al jaren laagstaande rente. Werkgevers zeggen aan hun werknemers een pensioen toe wat door de pensioenfondsen en verzekeraars (pensioenuitvoerders) wordt uitgevoerd. Maar hoe weten die hoeveel ze nu nodig hebben om over twintig, dertig of veertig jaar alle pensioenen te betalen? Daarvoor gebruiken pensioenuitvoerders de rekenrente. De rekenrente wordt door De Nederlandsche Bank bepaald aan de hand van de actuele marktrentes. Die rentes zijn al jaren bijzonder laag. Bij deze lage percentages is het voor veel pensioenuitvoerders fondsen vrijwel onmogelijk om nog aan de vereiste dekkingsgraad te kunnen voldoen. De dekkingsgraad geeft weer in hoeverre er voldoende geld in kas zit om aan de toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. Bij veel pensioenfondsen is deze onder de honderd procent geschoten. Dat wil zeggen dat ze in feite te weinig in kas hebben om aan hun toekomstige verplichtingen te voldoen.

Drie knoppen om aan te draaien

Er zijn drie knoppen om aan te draaien. De eerste optie is dat werkgevers en deelnemers meer pensioenpremie inleggen. Hufen: “Terwijl die pensioenpremie historisch gezien nu al erg hoog is. Een groot deel van het salaris van Nederlanders gaat al naar de pensioeninleg. Dat terwijl ouderen in de jaren tachtig zelf nog een premievakantie kenden en dus helemaal geen premie hoefden te betalen.” Dat was in tijden dat de rente hoog stond en de rendementen crescendo waren. De rendementen, optie twee, van beleggingen zijn nu zeker ook op niveau te noemen, alleen wegen deze niet op tegen het negatieve effect van de lage rente. Daarbij komen we op optie drie: het korten van pensioenen. Daar hikken pensioenfondsen tegenaan. Hufen: “Het valt namelijk nauwelijks uit te leggen dat de rendementen goed zijn te noemen, maar er toch wordt gekort op pensioenen.” Toch verwachten veel fondsen wel dat ze dit wel moeten doen. Dit jaar of volgend jaar.

ECB wil boost geven aan economie

Hufen sluit een rentestijging vrijwel uit. “De Europese Centrale Bank neigt daar allerminst naar. Zeker nu de economische omstandigheden door de coronacrisis slecht zijn en blijven, wil de ECB de rente niet verhogen. Deze wil juist een boost geven aan de Europese economie. Maar mocht de ECB wel verhogen, dan gaat dat vaak slechts per kwartprocent punt per kwartaal of half jaar. Een verhoging in dat langzame tempo zet dus ook nog niet direct zoden aan de dijk.”    

Een verhoging van de rente in het langzame tempo zet ook nog niet direct zoden aan de dijk

Versoepelen rekenrente

In de onderhandelingen voor het pensioenakkoord kijken de partijen naar waar de mogelijkheden liggen om het stelsel anders in te richten. Ook een versoepeling van de rekenrente of zelfs het helemaal loslaten hiervan wordt besproken.  De Nederlandsche Bank, die de rekenrente bepaalt op basis van marktrentes, is geen voorstander van een versoepeling. “Als je dat doet, dan hoeven pensioenfondsen minder geld in kas te hebben en stijgt hun dekkingsgraad. Ze hebben opeens geld over, dat ze kunnen gebruiken om de pensioenen te verhogen. Maar door de rekenrente te verhogen komt er geen geld bij. De bezittingen van een pensioenfonds – de beleggingen – blijven even groot. Als een pensioenfonds nu extra geld uitgeeft, blijft er te weinig over voor toekomstige generaties. Het loslaten van de rekenrente lijkt meer kans van slagen te hebben, maar dat is wel een grote stap.”

Vlakstaffel vervangt doorsneepremie en oplopende premiestaffels

Vrijwel zeker is al wel dat de doorsneepremie en oplopende premiestaffels worden vervangen wordt door een vlakstaffel. Ten opzichte van de huidige situatie bouwen medewerkers in het nieuwe systeem in hun jongere jaren meer pensioen op en naarmate ze ouder worden minder. Het uiteindelijke pensioenresultaat is in zowel de oude als nieuwe situatie gericht op 75 procent van het gemiddeld salaris na 40 dienstjaren.  Bestaande regelingen moeten naar de nieuwe situatie worden overgezet. Hufen: “Met name voor de huidige groep oudere werknemers, ouder dan 45, heeft het nieuwe stelsel een impact op hun financiële huishouding. In vergelijking met de oude regeling, waarbij de pensioenopbouw gelijk bleef ongeacht leeftijd, wordt in de nieuwe regeling minder opgebouwd naarmate je leeftijd vordert. Dit betekent dat er een tekort ontstaat in hun op te bouwen pensioen. Veel oudere werknemers verwachten hierdoor straks een compensatie voor deze aanpassingen en kijken dan vooral naar hun werkgever.”

2 op de 10 werkgevers wil niet compenseren

Uit recent onderzoek van Mercer, gehouden onder 200 werkgevers blijkt dat 2 op de 10 werkgevers niet van plan zijn het verschil als gevolg van het pensioenakkoord te compenseren.

Een miljardengat

Ook daar is gesteggel over tijdens de onderhandelingen. Door die compensatie ontstaat een miljardengat in het pensioen van een veel werkenden. Eén van de openstaande issues is het pensioen dat werknemers opbouwen in een zogeheten premieregeling. Onlangs zijn voor het eerst ramingen van het Centraal Planbureau gedeeld met alle pensioenonderhandelaars over de kosten om deze groep te compenseren en dat “valt niet mee”, zegt een betrokkene. Werkgevers zouden naar verluidt tien jaar lang circa 35 tot 45 procent extra premie moeten betalen om het pensioen van deze werknemers naar het beloofde niveau aan te vullen. Terwijl in het pensioenakkoord is afgesproken dat de overgang naar het nieuwe stelsel voor werkgevers “kostenneutraal” is.

Ouderen betalen de hoofdprijs

Pensioenexpert Hufen is verbaasd dat de partijen in het nieuwe systeem de tijdsevenredige opbouw loslaten. “Met name bij de pensioenfondsen worden door het nieuwe systeem de ouderen duurder als gevolg van de compensaties. Dat terwijl pensioenfondsen over het algemeen al een verouderde populatie kennen. Het nieuwe stelsel kan zo een onbedoeld effect hebben op de werkgelegenheid voor ouderen.” Bedrijven met jonge werknemers betalen weinig compensatie, terwijl ondernemingen met een ouder werknemersbestand de hoofdprijs betalen. “Ik zie dan ook al effecten op de arbeidsmarkt voor me. Ouderen zullen nog nauwelijks van baan wisselen, uit angst de compensatie kwijt te raken.” Wellicht zal dit deels worden opgelost binnen de CAO‘s.  Een ander effect is dat bedrijven pensioenen per individu moeten inregelen. Ze moeten een verplicht transitieplan naar de nieuwe situatie maken. Hufen stelt de bijbehorende vragen: “Wat is de situatie van de werknemer? In welke regeling zit hij of zij? Wil de werknemer meer of minder risicodeling? Er zitten namelijk ook opties in het nieuwe stelsel om vrijer om te gaan met beleggingen.”

Niet van plan te compenseren

Uit recent onderzoek van Mercer, gehouden onder tweehonderd werkgevers, blijkt dat twee op de tien werkgevers niet van plan zijn het verschil te compenseren. Bijna drie op de tien weet nog niet of zij dat zullen doen. Veertig procent geeft aan dit te zullen doen of stelt dat van plan te zijn. “Of je het wilt of niet, financials moeten zich wel verdiepen in de pensioensituatie van hun organisatie. We staan aan de vooravond van een enorme kanteling van het pensioenstelsel. Zeker is dat de lasten van de onderneming worden geraakt en er per werknemer gevolgen zijn. Dit pensioendossier is niet te negeren.”

DownloadTerug naar Nieuwsoverzicht

Kunnen wij u helpen?

Neem contact met ons op of laat uw gegevens achter.
Contact