Conclusie Procureur-Generaal over perspectief op indexatie

Conclusie Procureur-Generaal over perspectief op indexatie

12/1/2022

De Procureur-Generaal van de Hoge Raad (P-G) heeft in een zaak over indexatie van pensioenaanspraken geconcludeerd, dat art. 58 Pensioenwet (gelijke behandeling bij indexering) geen gelijke behandeling voorschrijft van inactieve deelnemers met actieve deelnemers en ook niet tussen gewezen deelnemers onderling. Art. 58 Pensioenwet houdt uitdrukkelijk niet een verplichting in tot het toekennen van (of een recht op) toeslagen. Het is alleen van toepassing als daadwerkelijk indexatie wordt verleend. Daarnaast is volgens de P-G de verplichting om bij het verlenen van indexatie geen onderscheid te maken tussen bepaalde groepen gepensioneerden of tussen gepensioneerden en gewezen deelnemers niet van toepassing, als deze personen niet aan dezelfde pensioenregeling deelnemen.


De P-G concludeert daarnaast dat uit de norm van goed werkgeverschap geen verplichting voor de werkgever kan worden afgeleid om een financiële bijdrage voor indexatie te leveren. Deze norm kan er wel toe leiden, dat de werkgever zich moet inspannen om bij wisseling van pensioenuitvoerder te voorkomen dat er ten aanzien van pensioenaanspraken en -rechten wijzigingen optreden in het nadeel van inactieven. De invulling van die inspanningsverplichting wordt bepaald door de feiten en omstandigheden.


De Hoge Raad moet nog uitspraak over deze kwestie doen.


Bron: Rechtspraak.nl, 21 december 2021.