De afschaffing van de middelingsregeling kan een oudere werknemer geld kosten

De afschaffing van de middelingsregeling kan een oudere werknemer geld kosten

23/6/2022

Inleiding

In het jaar waarin een werknemer een éénmalige uitkering ontvangt, bijvoorbeeld een transitievergoeding of de uitkering van de RVU in één keer, wordt deze éénmalige uitkering, zeker wanneer deze aan het eind van het jaar uitgekeerd wordt, vaak geheel of gedeeltelijk belast in het toptarief. De belastingdruk over de éénmalige uitkering bedraagt 49,5%. In het jaar na ontvangst van de transitievergoeding of éénmalige RVU-uitkering is het inkomen vaak betrekkelijk laag. Er wordt immers alleen maar een WW-uitkering of een vervroegd pensioen uitgekeerd. In dat geval is het zinvol om gebruik te maken van de middelingsregeling.  

Ook wanneer de werknemer vanaf (naar verwachting) 2023 gebruik maakt van de mogelijkheid om 10% van het pensioen af te kopen is er door de 10% afkoopsom sprake van een éénmalig hoger inkomen. Ook hier kan de belastingdruk gematigd worden door gebruikmaking van de middelingsregeling.

Echter in de voorjaarsnota 2022 is bekend gemaakt dat de middelingsregeling met ingang van 2023 wordt afgeschaft. Het tijdvak 2022-2024 is het laatste tijdvak waarin nog gebruik gemaakt kan worden van de middelingsregeling.

De middelingsregeling, hoe werkt dit ?

Bij de middelingsregeling telt de werknemer het inkomen over drie aaneengesloten kalenderjaren bij elkaar op en bepaalt vervolgens het gemiddelde inkomen. De periode van 3 jaar is het middelingstijdvak. De werknemer heeft recht op teruggave van het teveel betaalde deel van de inkomstenbelasting als het te betalen bedrag aan belasting over dit middelingstijdvak lager is dan de werkelijk afgedragen belasting. Hiervoor geldt wel een drempel van €545,-.

Voorbeeld

Een 64 jarige werknemer met een jaarsalaris € 68.000 ontvangt per 1 oktober 2022, een RVU-uitkering van € 67.000.  Het belastbaar inkomen bedraagt hiermee in 2022: ¾ * € 68.000 (€ 51.000) + € 67.000 = € 118.000.

Een bedrag van € 49.000 (€ 118.000 -/- € 69.000) is hiermee belast in de hoogste schijf van 49,5%.  De belastingheffing in de hoogste schijf bedraagt 49,5% x € 49.000 = € 24.255.

De ingangsdatum van het pensioen wordt vervroegd naar 1 januari 2023, het jaarlijkse pensioen bedraagt € 31.000. Het gemiddelde inkomen over 2022, 2023 en 2024 bedraagt hiermee € 180.000/3 = € 60.000. Het belastingtarief over een inkomen van € 60.000 bedraagt 37%. Het gemiddelde inkomen blijft dus onder de grens van de hoogste belastingschijf van 49,5%. De middelingsregeling houdt in dat, het bedrag van € 49.000 dat in eerst instantie belast was in de hoogste schijf, alsnog belast wordt tegen een tarief van 37%. De werknemer heeft recht op teruggave van het teveel betaalde bedrag. De belastingheffing over het bedrag van € 49.000 bedraagt dan € 18.130. De belastingteruggave bedraagt dan € 24.255 -/- € 18.130 -/- de drempel van € 545 = € 5.580.

Door de afschaffing van de middelingsregeling betaalt de werknemer gemiddeld circa 10% meer belasting over een éénmalige uitkering

Door de afschaffing van de middelingsregeling betaalt de werknemer in dit voorbeeld, € 5.580 meer belasting, Ten opzichte van de RVU-uitkering van € 67.000 is dit ruim 8%. Indien de éénmalige uitkering plaatsvindt aan het einde van het kalenderjaar waarin nog een volledig salaris wordt genoten kan het verschil zelfs oplopen tot 12%. Gemiddeld genomen kan gesteld worden dat de extra belastingheffing door afschaffing van de middelingsregeling circa 10% zal bedragen. Dit geldt ook voor de transitievergoeding en de 10% afkoop van pensioen.

Zijn de negatieve belastingeffecten van de afschaffing van de middelingsregeling te voorkomen ?

De negatieve belastingeffecten zijn geheel of gedeeltelijk te voorkomen door de RVU niet in één keer maar in maandelijkse termijnen van maximaal € 1.874 (bedrag 2022) uit te keren. Er is dan in het jaar van toekenning geen éénmalig hoog inkomen.

Wil de werkgever de RVU alleen maar als eenmalig bedrag uitkeren, dan is het aan te raden aan het begin van het jaar uit te keren, zodat het inkomen in dat kalenderjaar grotendeels of geheel bestaat uit de RVU-uitkering. De pensioenuitkeringen kunnen dan starten op 1 januari van het daarop volgende kalenderjaar.

Bovenstaande geldt ook voor de transitievergoeding, ook hier kan aangestuurd worden op uitbetaling aan het begin van het kalenderjaar. Rekening houdend met de WW-uitkering van maximaal € 42.291 (bedrag 2022) zal niet de gehele transitievergoeding in de hoogste belastingschijf belast zijn.

Voor de 10% afkoop van pensioen geldt dat er de mogelijkheid is om de afkoop te realiseren op 1 februari van het kalenderjaar volgend op de ingangsdatum van het pensioen. Op deze wijze valt de afkoopsom ook in het jaar waarin het pensioen ingegaan is en er geen salaris meer uitgekeerd wordt. Het bruto-inkomen is dan ook lager, waardoor de 10%-afkoop in veel gevallen niet of niet geheel in de hoogste schijf belast is.

Conclusie

Rekening houdend met recente wetgeving zoals de RVU-vrijstelling en de 10% afkoopmogelijkheid van pensioen waarbij er een éénmalige hoog bedrag uitgekeerd wordt, komt de afschaffing van de middelingsregeling ons weinig doordacht voor. Met gebruikmaking van de middelingsregeling kan de belastingdruk immers gematigd worden. Een oplossing voor de RVU is het uitkeren in maandelijkse termijnen. Voor de transitievergoeding en de afkoop van pensioen is het van belang om de uitbetaling te verplaatsen naar het begin van het kalenderjaar. Voor de afkoop van pensioen is deze mogelijkheid in de wet opgenomen.

Door op “Accepteren” te klikken, stemt u in met het opslaan van cookies op uw apparaat om de navigatie op de site te verbeteren, het gebruik van de site te analyseren en te helpen bij onze marketingactiviteiten. Bekijk onze Privacy Policy en Cookie Beleid voor meer informatie.