Eerste Kamer stemt in met Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen

Eerste Kamer stemt in met Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen

19/1/21

De Eerste Kamer heeft op 12 januari het wetsvoorstel Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen aangenomen. Het kabinet wil met dit wetsvoorstel, dat onderdeel uitmaakt van het pensioenakkoord, meer ruimte bieden voor keuzevrijheid in het pensioenstelsel. De wet bestaat uit de volgende drie onderdelen.

Versoepeling RVU-heffing

Het wordt voor werkgevers mogelijk om met oudere werknemers afspraken te maken over eerder stoppen met werken, zonder dat daar een heffing over betaald moet worden. Van 2021 tot en met 2025 betalen werkgevers geen heffing over regelingen voor vervroegde uittreding (RVU-heffing) tot een bedrag dat netto overeenkomt met de AOW. Voorwaarde hiervoor is dat uittreding plaatsvindt in de laatste drie jaar vóór de AOW-leeftijd. Werknemers krijgen dan als het ware eerder AOW, betaald door de werkgever. Zij kunnen dit zelf aanvullen, bijvoorbeeld met spaargeld of door hun aanvullend pensioen eerder in te laten gaan.

Verruiming verlofsparen

Om werknemers meer mogelijkheden te bieden eerder te stoppen met werken wordt het aantal weken belastingvrij verlofsparen verdubbeld. Een werkgever kan extra verlof toezeggen door bijvoorbeeld overwerk of ploegendiensten (deels) te belonen met extra verlofopbouw. Spaart een werknemer meer dan vijftig verlofweken, dan moet de werkgever nu direct loonheffing afdragen. De vrijstelling van de RVU-heffing en verruiming van het verlofsparen treden met terugwerkende kracht in werking per 1 januari 2021.

Bedrag ineens

Deelnemers krijgen het recht om bij pensionering maximaal tien procent van de waarde van het opgebouwde ouderdomspensioen op te nemen als bedrag ineens. De resterende levenslange pensioenuitkering gaat na opname naar evenredigheid omlaag. Het bedrag ineens is vrij besteedbaar en biedt deelnemers de mogelijkheid om keuzes te maken die passen bij hun persoonlijke situatie. Op de pensioeningangsdatum kan een deelnemer ervoor kiezen om een bedrag ineens op te nemen op de pensioeningangsdatum of in februari volgend op het jaar waarin de AOW-datum wordt bereikt.

Deze keuzemogelijkheid vormt een uitdaging in de uitvoering voor pensioenuitvoerders. De inwerkingtreding van dit wetsvoorstel wordt daarom met één jaar uitgesteld tot 1 januari 2023. De extra tijd zal worden gebruikt om met pensioenuitvoerders te bekijken op welke manier aanpassingen gedaan kunnen worden die de uitvoerbaarheid verbeteren.

Bron: Rijksoverheid

Lees hier het volledige artikelTerug naar Nieuwsoverzicht

Kunnen wij u helpen?

Neem contact met ons op of laat uw gegevens achter.
Contact