Flexibel omgaan met premiebetaling – de positie van pensioenuitvoerders in juridische context

Flexibel omgaan met premiebetaling – de positie van pensioenuitvoerders in juridische context

7/4/20

Door de huidige Corona-crisis zijn veel werkgevers in financieel zwaar weer terecht gekomen. Zonder omzet is het voor veel werkgevers een probleem om het loon van werknemers door te betalen en de maandelijkse pensioenpremie af te dragen. Pensioenuitvoerders zien de financiële uitdagingen bij werkgevers en willen hen zoveel mogelijk tegemoet komen. Hierbij moeten de pensioenuitvoerders wel rekening houden met de wettelijke kaders. Voor pensioenfondsen komt daar de eis van evenwichtige belangenafweging nog bij.

In dit artikel geven wij aan welke wettelijke kaders er zijn en welke mogelijkheden pensioenuitvoerders hebben. Tevens lichten wij kort toe welke mogelijkheden werkgevers hebben voor wat betreft de betaling van de pensioenlasten, zodat pensioenuitvoerders daarover met werkgevers in overleg kunnen gaan.

Inleiding

Veel werkgevers die hun pensioenregeling al dan niet verplicht laten uitvoeren worden hard geraakt door de crisis die door de Corona-uitbraak is ontstaan. De doorlopende loonkosten, waaronder de  af te dragen pensioenpremie is voor veel van die werkgevers een risico geworden voor het voortbestaan van de onderneming.

Pensioenuitvoerders zoeken naar manieren om de werkgevers tegemoet te komen in deze zware periode, met name door coulant om te gaan met het incasseren van de pensioenpremie. Het is immers in het belang van alle betrokkenen dat de werkgever het hoofd boven water houdt en door deze crisis komt.

Als werkgevers echter de pensioenpremie langere periode niet betalen en dan alsnog onverhoopt failliet gaan, dan zou het verleende uitstel tot definitieve afschrijving van premieinkomsten kunnen leiden. Met name pensioenfondsen lopen daarbij een risico, want zonder een eventuele wijziging van de pensioenregeling zelf, zal, op basis van het principe geen premie wel recht, de pensioenopbouw doorgaan en blijven risicodekkingen doorlopen. De voortzetting van pensioenopbouw, zonder dat hiervoor de (volledige) premie wordt betaald, gaat daarmee ten koste van het aanwezige vermogen van de collectiviteit. Met de huidige financiële ontwikkelingen is daarbij de kans groot dat dit uiteindelijk zal leiden tot zodanige tekorten dat dit leidt tot (verdere) aantasting van de opgebouwde aanspraken en uitkeringen. De tegemoetkoming richting werkgevers kan dus leiden tot onevenwichtige besluitvorming richting deelnemers en gepensioneerden. Pensioenuitvoerders dienen dus zorgvuldig na te gaan welke mogelijkheden er bestaan en deze goed af te wegen.

De reguliere wetgeving

In de Pensioenwet is bepaald dat de werkgever de premie voldoet aan de pensioenuitvoerder, en worden aan de premiebetaling eisen gesteld. Deze eisen hebben tot doel betalingsachterstanden van werkgevers zoveel mogelijk te voorkomen. Afspraken over premiebetaling moeten worden vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst, die geldt tussen de pensioenuitvoerder en de aangesloten werkgever. De Pensioenwet schrijft voor dat daarbij aan een aantal voorwaarden wordt voldaan:

  • Een werkgever voldoet uiterlijk binnen een maand na afloop van elk kwartaal de werkgeverspremie en de op het loon van de werknemer ingehouden werknemerspremie, die over dat kwartaal zijn verschuldigd aan de pensioenuitvoerder.
  • De premie mag ten hoogste op basis van een termijn van een jaar worden vastgesteld en in rekening gebracht. De werkgever voldoet uiterlijk binnen een maand na afloop van elk kwartaal een vierde gedeelte van de door hem op basis van zijn eigen bijdrage verschuldigde jaarpremie op basis van een schatting van de pensioenuitvoerder en de op het loon van de werknemer ingehouden werknemerspremie, aan de pensioenuitvoerder.
  • De totale jaarpremie, bestaande uit de werkgeverspremie en de werknemerspremies, wordt uiterlijk binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar voldaan aan de pensioenuitvoerder.

Gevolgen van premieachterstanden bij een pensioenuitvoerder

Bovenstaande regels dienen het risico te beperken dat er premieachterstanden ontstaan. Indien er omstandigheden zijn, waarin een premieachterstand toch onvermijdelijk is, zijn in de Pw regels opgenomen over hoe pensioenfondsen, verzekeraars of premiepensioeninstellingen (PPI) moeten handelen in het geval van een achterstand in de betaling van pensioenpremies door de werkgever aan de pensioenuitvoerder. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen premieachterstanden bij een pensioenfonds enerzijds en een verzekeraar of PPI anderzijds.

Premieachterstanden bij een pensioenfonds

Indien een werkgever niet (meer) in staat is om de pensioenpremie te betalen, is het bestuur van een pensioenfonds verplicht om elk kwartaal schriftelijk het verantwoordingsorgaan of belanghebbendenorgaan en, bij het ontbreken daarvan, de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden te informeren. Daarnaast informeert het pensioenfonds elk kwartaal de ondernemingsraad van de onderneming die nog premie aan het pensioenfonds verschuldigd is.

Het bovenstaande is van toepassing ingeval van:

  • Een premieachterstand ter grootte van 5% van de totale door het pensioenfonds te ontvangen jaarpremie.
  • Tevens niet voldaan wordt aan de eisen inzake het minimaal vereist eigen vermogen.
  • Bij een algemeen pensioenfonds wordt het voorgaande toegepast per afgescheiden vermogen.

Premieachterstanden bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling

Ingeval van een premieachterstand bij een pensioenregeling die wordt uitgevoerd door een verzekeraar of PPI, dient de pensioenuitvoerder de deelnemers en de werkgever te informeren wanneer de premieachterstand het noodzakelijk maakt de opbouw van pensioenaanspraken te beëindigen door premievrijmaking of pensioenaanspraken zonder premievrije waarde te laten vervallen.

De verzekeraar of PPI kan op zijn vroegst drie maanden na de mededeling aan de deelnemers en werkgever, de opbouw van pensioenaanspraken beëindigen door premievrijmaking of pensioenaanspraken zonder premievrije waarde laten vervallen. Daarbij dient de verzekeraar of PPI zich eerst aantoonbaar in te spannen om de achterstallige premie te innen.

Bij deze premievrijmaking mag uitgegaan worden van de waarde van de verzekering of aanspraak op zijn vroegst op de datum die vijf maanden voor het tijdstip van informeren van de deelnemers is gelegen. De premievrijmaking geschiedt dan op basis van de premievrije waarde binnen vijf maanden voor het tijdstip van informeren van deelnemers en werkgever.

Bij de premievrijmaking wordt de verzekering premievrij voortgezet zonder verrekening van premie en rente met de pensioenaanspraken. Kosten, voor zover voortvloeiend uit het premievrij maken, worden evenmin verrekend met de pensioenaanspraken.

De dekking van het arbeidsongeschiktheidsrisico of het overlijdensrisico blijft volledig in stand tot drie maanden na de bedoelde mededeling aan deelnemer en werkgever.

Wat zijn de mogelijkheden in de huidige omstandigheden?

In de huidige omstandigheden proberen pensioenuitvoerders in overleg met de werkgevers te komen tot goede afspraken, waarbij zowel de belangen van de werkgever, de pensioenuitvoerder als de deelnemers en gepensioneerden worden meegewogen. De afspraken kunnen de vorm hebben van een betalingsregeling, verlenging van de betalingstermijn en afzien van sancties bij te late betaling, zoals het afzien van wanbetalingsboetes en het in rekening brengen van rente.

Tijdelijke overname van premiebetaling door het UWV

De wet bepaalt in artikel 61 en 64c Werkloosheidswet dat ingeval van faillissement of andere vorm van betalingsonmacht van de werkgever, het UWV de betaling overneemt van door de werkgever uit hoofde van een dienstbetrekking aan derden verschuldigde bedragen. Dit geldt ook voor de pensioenpremie die moet worden afgedragen aan een pensioenuitvoerder. Het UWV neemt de niet betaalde pensioenpremie over voor een periode van ten hoogste een jaar en draagt deze af aan de pensioenuitvoerder. Als in het jaar voorafgaand aan het einde van de arbeidsovereenkomst de pensioenpolis, als gevolg van een betalingsachterstand, premievrij is gemaakt door de pensioenuitvoerder, zal het UWV vanaf het moment van premievrijmaking stellen dat er geen premieplicht meer is en dat het UWV dus ook geen premiebetaling kan overnemen.

Aandachtspunt hierbij is wel dat dit een regeling is die primair voor de werknemers geldt. De overname van de premie door het UWV moet door de werknemer worden aangevraagd. Hiervoor is niet relevant of de werknemer (nog) geen of weinig WW-rechten heeft opgebouwd. Omdat de werknemers hier meestal niet van op de hoogte zijn, is het aan de pensioenuitvoerder en de werkgever om werknemers hierop te wijzen.

Het verlenen van uitstel van betaling van pensioenpremies aan werkgevers

De Stichting van de Arbeid, het overlegorgaan van sociale partners, heeft op 21 maart met de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars afspraken gemaakt om werkgevers die als gevolg van de uitbraak van het Corona-virus in financiële problemen zijn gekomen, tegemoet te komen. Op basis van de afspraken kunnen pensioenuitvoerders bekijken welke van de volgende oplossingsrichtingen het meest bij de situatie past:

  • De pensioenuitvoerders kunnen met individuele werkgevers met acute financiële problemen een betalingsregeling treffen.
  • De betalingstermijnen waarbinnen werkgevers pensioenpremies moeten betalen, kunnen voor getroffen sectoren en werkgevers, binnen de wettelijke mogelijkheden, worden verruimd.
  • De pensioenuitvoerders kunnen er voor kiezen om tijdelijk een minder strikt invorderingsbeleid bij het innen van pensioenpremies te hanteren (bijvoorbeeld door het uitstellen van het incasseren van de premie via incassobureaus en/of het opleggen van administratieve boetes bij onvolledige betaling tijdelijk uit te stellen).

In de praktijk zien we dat verschillende uitvoerders mogelijkheden bieden om het invorderingsbeleid zoveel mogelijk op te rekken. Het gaat daarbij om verlenging van betalingstermijnen, het verlengen van termijnen voordat een dossier wordt overgedragen aan incassobureau en het verlengen van aanmaningstermijnen.

Omdat de problematiek per sector of werkgever kan verschillen, zullen pensioenuitvoerders maatwerk moeten bieden. Op dit moment is de ruimte voor maatwerk nog beperkt door de wettelijke regels over onder andere de betalingstermijnen. De maximale termijnen zijn immers wettelijk vastgelegd. Over dit onderwerp en mogelijke andere knelpunten vindt nog overleg plaats tussen de Pensioenfederatie, het Verbond van Verzekeraars, DNB en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

Specifiek voor pensioenfondsen geldt nog dat besturen daarbij de belangen van alle betrokken partijen moeten afwegen. Het tegemoet komen van de werkgevers, kan immers betekenen dat daarmee de belangen van deelnemers en gepensioneerden worden geschaad. Overigens geldt daarbij wel ter nuancering dat de uitgestelde premie-inkomsten vaak maar een fractie zijn van het totale belegde vermogen van het betreffende pensioenfonds. Van groter belang is dat de pensioenfondsen voldoende liquide middelen beschikbaar hebben en houden om uitkeringen te doen. Als de uitkeringen deels worden gefinancierd uit de inkomende premies, kan bij uitstel van premiebetaling een liquiditeitstekort ontstaan.

Een beroep doen op de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW)

Vanwege de uitbraak van het coronavirus is het ministerie van SZW met een nieuwe regeling gekomen, de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW).

De NOW is bedoeld voor werkgevers die naar verwachting meer dan 20% omzetverlies lijden als gevolg van de uitbraak van het virus. Hierdoor kunnen werkgevers hun werknemers met een vast en met een flexibel contract doorbetalen. De NOW komt in plaats van de bestaande werktijdverkorting, die per direct is vervallen. In het kort gezegd houdt de NOW in dat het UWV maximaal 90% van de loonkosten aan die werkgevers vergoedt, waarbij rekening wordt gehouden met de mate van omzetdaling. Voorwaarden voor toepassing van de NOW is dat de werkgevers 100% van het loon blijven doorbetalen en dat ze tijdens de periode dat er subsidie wordt ontvangen geen aanvraag doen voor ontslag om bedrijfseconomische redenen.

Hierbij wordt de werknemersbijdrage op reguliere wijze door de werkgever afgedragen aan de pensioenuitvoerder. Werknemers ontvangen immers onder de regeling hun reguliere loon. Er wordt aangenomen dat daarbij de werknemersbijdrage op de reguliere wijze wordt ingehouden op het bruto loon. Als de werkgever dat niet doet en daar later door betalingsonmacht ook niet meer toe in staat is, is hier tevens een risico van persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder van de onderneming. Een bestuurder die in zijn hoedanigheid als beleidsbepaler toelaat dat bij de werknemer ingehouden pensioenpremies niet worden voldaan, kan, onder omstandigheden, immers een zodanig ernstig verwijt gemaakt worden dat hij aansprakelijk is voor de door de werknemers als gevolg daarvan geleden schade.

Voor wat betreft de werkgeversbijdrage in de pensioenpremie, bevat de NOW vergoeding een opslag van 30% bovenop de loonsom. Dit deel is bestemd voor de werkgeverslasten zoals de opbouw van het vakantiegeld, pensioen en de werkgeverspremies. Voor vaststelling van de loonsom worden gegevens uit de loonaangifte bij de Belastingdienst gebruikt. Deze neemt UWV automatisch over. UWV neemt hierbij als grondslag het zogenaamde sociale-verzekeringsloon.

Werkgever beroept zich op betalingsvoorbehoud

Werkgevers die als gevolg van de virus-uitbraak in financiële problemen zijn gekomen, kunnen zich mogelijk op een premiebetalingsvoorbehoud beroepen. Op grond van de Pensioenwet heeft de werkgever de bevoegdheid om bij een ‘ingrijpende wijziging van omstandigheden' de betaling van de werkgeverspremies op te schorten of te beëindigen (het zogeheten premiebetalingsvoorbehoud geregeld in artikel 12 Pensioenwet). Als dit voorbehoud is gemaakt, dan dient deze in de uitvoeringsovereenkomst te zijn opgenomen (artikel 23 lid 2 sub a Pensioenwet). Zo niet, dan is de werkgever die premie niet betaalt jegens de pensioenuitvoerder in verzuim, tenzij er al afspraken over betalingsuitstel zijn gemaakt.

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat financiële problemen die het gevolg zijn van deze uitbraak kunnen kwalificeren als “ingrijpende wijziging van omstandigheden” (Kamerstukken II 2005/06, 30413, 3, p. 184). De wetgever heeft financieel onvermogen van de werkgever expliciet als voorbeeld genoemd van een situatie die een beroep op het betalingsvoorbehoud kan rechtvaardigen.

Als er tussen de werkgever en de pensioenuitvoerder afspraken bestaan over het inroepen van het betalingsvoorbehoud, dan staat er in de tussen werkgever en werknemer geldende pensioenovereenkomst ook wat voor gevolgen een opschorting van de betaling van de premie aan de uitvoerder heeft voor de opbouw van de werknemers.

Zoals aangegeven kan er alleen een beroep op het betalingsvoorbehoud worden gedaan, als dit al in de pensioenregeling is opgenomen. In het geval de pensioenregeling nog geen premiebetalingsvoorbehoud bevat, zou de werkgever dit voorbehoud alsnog kunnen invoeren. Hiervoor moet de werkgever dan ofwel afspraken maken met de werknemers(vertegenwoordiging) of een beroep doen op een eenzijdig wijzigingsbeding. Bij een dergelijke wijziging geldt het instemmingsrecht van de ondernemingsraad. Hierbij tekenen wij aan dat een instemming van de ondernemingsraad niet in de plaats komt van de instemming van de (individuele of vertegenwoordiging van) werknemers;

Betalingsonmacht van werkgevers die zijn aangesloten bij verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen

Het hiervoor genoemde betalingsvoorbehoud kan niet door een werkgever worden gemaakt ingeval de regeling wordt uitgevoerd door een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds. In dat geval geldt de wettelijke premiebetalingsplicht op grond van het relevante verplichtstellingsbesluit. Het systeem van verplichte deelname aan een bedrijfstakpensioenfonds is gebaseerd op onderlinge solidariteit tussen deelnemers die bij verschillende werkgevers in de bedrijfstak actief zijn. Daarbij past niet dat een van de aangesloten werkgevers zelf kan besluiten om de premie niet meer te betalen. Afspraken maken met het bedrijfstakpensioenfonds over latere betaling is (uiteraard) wel mogelijk.

Indien blijkt dat een werkgever niet in staat is om de verschuldigde premie te betalen, stelt de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (artikel 23) dat de bestuurder van de werkgever onverwijld nadat gebleken is, dat het niet tot betaling in staat is, daarvan mededeling doet aan het bedrijfstakpensioenfonds. Dit laatste is van belang voor werkgevers omdat schending van deze meldingsplicht kan ertoe leiden dat de bestuurders van de werkgever hoofdelijk aansprakelijk zijn jegens het pensioenfonds voor betaling van de achterstallige premie. Hierbij kan het bedrijfstakpensioenfonds, indien gewenst, om nadere inlichtingen en stukken verzoeken (artikel 3 Besluit meldingsregeling Wet Bpf 2000).

(Tijdelijke) aanpassing van de pensioenregeling

Naast het inroepen van het betalingsvoorbehoud, kunnen sommige werkgevers ook besluiten om de pensioenregeling tijdelijk of permanent te wijzigen. Dit kan inhouden dat er een verlaagde opbouw plaatsvindt, of een volledige staking van opbouw, waarbij de premiebetaling wordt stopgezet. Als een werkgever de aanpassing doorvoert zonder expliciete instemming van de werknemers (of vakorganisaties), dan wordt de wijziging beschouwd als een eenzijdige wijziging door de werkgever. Een dergelijke aanpassing is alleen onder strikte voorwaarden toegestaan. Een werkgever zal een aantoonbaar voldoende zwaarwichtig belang moeten hebben om deze wijziging door te mogen voeren. Als de werkgever kan aantonen dat de daling van de bedrijfsresultaten een verdere kostenbeheersing noodzakelijk maakt, omdat anders de continuïteit van de onderneming in haar huidige vorm in gevaar komt, dan wordt dat over het algemeen beschouwd als zwaarwichtig belang.

Aandachtspunt in de huidige situatie is dat een zwaarwichtig belang mogelijk niet aantoonbaar is wanneer de werkgever een beroep kan doen een van de maatregelen ter vergoeding van de pensioenpremie of wanneer er afspraken over uitstel van betaling kunnen worden gemaakt met de pensioenuitvoerder. Dit zijn immers ook (tijdelijke) oplossingen die minder vergaand zijn als een eenzijdige wijziging van de pensioenafspraken.

Bij verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen kan een werkgever niet zelfstandig een beroep doen op een eenzijdige wijzigingsbevoegdheid. In dat geval zullen er afspraken moeten worden gemaakt tussen de sociale partners.

Aandachtspunt bij een (tijdelijke) wijziging of stopzetting van de pensioenopbouw is wel dat zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de belangen van de werknemers. Dit betekent dat eventuele risicodekkingen (voor overlijden en arbeidsongeschiktheid) niet of zo weinig mogelijk worden aangetast.

Aangezien het inroepen van het betalingsvoorbehoud een wijziging in de opbouw van pensioenaanspraken tot gevolg heeft, zal dit naar onze mening ter instemming aan de ondernemingsraad moeten worden voorgelegd, tenzij de vakbonden bij de wijziging zijn betrokken. De ondernemingsraad heeft instemmingsrecht bij een voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van regelingen op grond van een pensioenovereenkomst (art. 27 WOR). Hierover zijn de meningen echter nog verdeeld, aangezien ook betoogd kan worden dat een in de pensioenregeling opgenomen wijzigingsvoorbehoud al deel uitmaakte van de regeling. In dat geval zou het geen eenzijdige wijziging van de regeling betreffen, aangezien de ondernemingsraad al akkoord was gegaan met het wijzigingsvoorbehoud in de regeling en de mogelijkheid dat de werkgever daar een beroep op doet. Naar onze mening is dit risicovol. Wij adviseren werkgevers om de medezeggenschap zoveel mogelijk te betrekken.

Communicatie

Verschillende uitvoerders hebben al aangegeven dat er een stijging is van het aantal werkgevers dat contact opneemt met vragen over premies en betalingen. Dit bevestigt de urgentie om op korte termijn duidelijkheid te scheppen.

In deze onzekere tijden is het van groot belang dat pensioenuitvoerders en werkgevers tijdig en helder communiceren over de mogelijkheden die de pensioenuitvoerder biedt om de werkgever tijdelijk tegemoet te komen en de daarvoor benodigde stappen.

DownloadTerug naar Nieuwsoverzicht

Kunnen wij u helpen?

Neem contact met ons op of laat uw gegevens achter.
Contact