Het pensioenakkoord, de terugkeer van de VUT ?

Het pensioenakkoord, de terugkeer van de VUT ?

29/7/19

Inleiding
In het onlangs gesloten pensioenakkoord zijn er ook een aantal maatregelen opgenomen die bij elkaar opgeteld wel eens kunnen leiden tot de financiering van de fiscale gefaciliteerde vervroegde uittreding (VUT). Is de terugkeer van de VUT aanstaande? In dit artikel bespreken wij de maatregelingen en combineren wij deze tot een uitkering bij stoppen met werken voor de AOW-leeftijd.

Vrijstelling van de RVU-heffing
RVU staat voor Regeling voor vervroegde uittreding. De RVU-heffing is een fiscale sanctie. De RVU-heffing is ingevoerd met ingang van 2005. Toen werd de pensioenrichtleeftijd verhoogd van 60 naar 65 jaar. Ook wel de wet VPL genoemd. Er is sprake van een RVU wanneer een ontslag regeling (nagenoeg) uitsluitend tot doel heeft een financiële vergoeding te geven over de periode van ontslag tot aan pensioen- of AOW-datum. Wanneer er sprake is van een RVU is de werkgever een eindheffing verschuldigd van 52% (artikel 32 ba wet op de Loonbelasting). Dit betekent dat er voor de werknemer netto weinig overblijft of de regeling voor de werkgever een kostbare zaak wordt.

Onder het mom van gezond-werkend-naar-je-pensioen krijgen de werkgevers de mogelijkheid om uittredingsregelingen te financieren waarmee werknemers de mogelijkheid krijgen om drie jaar voor de AOW-leeftijd te stoppen met werken. Voor een periode van 5 jaar vanaf 2021 tot aan 2026 wordt de RVU-heffing op regelingen voor vervroegde uittreding generiek versoepeld, mits de uittreding plaatsvindt 3 jaar voor de AOW-leeftijd. Er vindt geen eindheffing plaats over het gedeelte dat 3 jaar voor AOW-leeftijd uitgekeerd wordt voor zover dit gedeelte niet groter is dan € 19.000,-- per jaar.

Er kan dus zonder eindheffing, uiteraard wel normaal belast in box I een ontslagvergoeding toegekend worden van € 19.000 per jaar.

Uitbreiding van de faciliteit voor verlofsparen
Een andere mogelijkheid uit het pensioenakkoord is de uitbreiding van de faciliteit voor verlofsparen.

Werknemers kunnen op dit moment maximaal 50 weken fiscaal gefaciliteerd verlof sparen. Deze periode wordt verlengd naar 100 weken.  Door bijvoorbeeld overwerk of het werken in ploegendiensten niet direct uit te betalen maar te belonen met extra verlofopbouw kan er een stuwmeer van verlofdagen opgebouwd worden dat nu dus kan oplopen tot 100 weken en voorafgaand aan de AOW-leeftijd opgenomen kan worden. De dienstbetrekking wordt dan nog niet beëindigd.

Vervroeging van de pensioeningangsdatum
Tenslotte kan ook een reeds bestaande mogelijkheid ingezet worden om het vervroegd uittreden te financieren. Namelijk het vervroegen van de pensioendatum. Dit kan, ongeacht de werknemer doorwerkt of niet, tot 5 jaar voor de AOW-leeftijd. Bovendien kan er dan op grond van de uitzonderingsbepalingen in artikel 18d wet op de Loonbelasting het pensioen tot aan pensioendatum nog verhoogd worden met een extra tijdelijk overbruggingspensioen ter grootte van tweemaal de zelfstandige AOW. Per saldo een bedrag van € 20.000,-- per jaar. Ook voor het starten van een pensioen is binnen de periode van 5 jaar voor de AOW-leeftijd het beëindigen van de dienstbetrekking niet noodzakelijk. Het is ook mogelijk om voor het gedeelte dat de dienstbetrekking beëindigd wordt een deeltijdpensioen uit te keren.

Combinatie van bestaande en nieuwe regelingen maken maatwerk interessant
Combineren van de verschillende regelingen is mogelijk. Bijvoorbeeld door de vrijstelling van RVU-heffing te combineren met de vervroegde pensionering.  Of verlofsparen met vervroegd pensioneren. Bij het opnemen van de verlofdagen blijft de dienstbetrekking in stand en is een combinatie met een VUT-uitkering niet mogelijk. Het verlofsparen is wel in te zetten als financiering bij gedeeltelijk stoppen met werken in combinatie met deeltijdpensioen.

Dit leidt tot de volgende mogelijkheden:

1) een RVU-uitkering en een vervroeging van het pensioen aangevuld met extra AOW-overbruggingspensioen gedurende drie jaar voor AOW-leeftijd. In totaal een uitkering van € 39.000,- vermeerderd met overig pensioen.

2) uitkering van het verlofsparen gedurende 2 jaar (100 weken) startend 5 jaar voor AOW-datum. Gevolgd  na 2 jaar door een RVU-uitkering +vervroegd pensioen

3) 5 jaar voor AOW-datum starten met uitkering van het verlofsparen gecombineerd met deeltijdpensioen

4) 2 jaar voor AOW-datum het saldo voor verlofsparen uitkeren.

Financiering vereist planning en horizon?
De versoepeling van de RVU-uitkering biedt een financiering voor een gedeelte van het inkomen bij stoppen met werken voor de AOW-leeftijd. Maar een inkomen van € 19.000,-- zal voor velen niet voldoende zijn. De aanvullende financiering zal in veel gevallen moeten komen uit de pensioenregeling. Het is daarom zaak om de fiscale ruimte van het pensioensparen zo optimaal mogelijk te benutten. Dit vereist planning en het tijdig starten met het verruimen van de inlegmogelijkheden in pensioenregelingen en regelingen voor verlofsparen. En het tijdig starten met sparen, dit vereist een zekere discipline bij de werknemer.


Bron: Montae & Partners

Lees hier het volledige artikelTerug naar Nieuwsoverzicht

Kunnen wij u helpen?

Neem contact met ons op of laat uw gegevens achter.
Contact