Pensioenakkoord: belemmert het Europees Hof het invaren?

Pensioenakkoord: belemmert het Europees Hof het invaren?

13/10/20

In PensioenPro zijn hoogleraren pensioenrecht Hans van Meerten (Universiteit Utrecht) en Erik Lutjens (Vrije Universiteit Amsterdam) met elkaar in debat gegaan over de vraag of het arrest van het Europese Hof van 25 september jl. gevolgen heeft voor het invaren van bestaande pensioenrechten in het nieuwe stelsel.

In dit arrest ging het om een Oostenrijkse gepensioneerde, die zich verzette tegen een verlaging van zijn pensioen en het schrappen van zijn onvoorwaardelijke indexatie. Deze verlaging vond plaats op grond van Oostenrijkse wetgeving die deze mogelijkheid bood voor bedrijven waarin de Oostenrijkse staat zeggenschap had. De concrete vraag was of deze verlaging in strijd is met het Handvest van Grondrechten van de Europese Unie, waarin het recht op eigendom is vastgelegd. Meer in het bijzonder was het de vraag of de verlaging in strijd met het eigendomsrecht is.

Het Europese Hof heeft geoordeeld dat de bescherming van eigendom geldt voor het pensioen van de Oostenrijkse gepensioneerde. Beperkingen van het overeengekomen pensioenbedrag zijn echter mogelijk, wanneer deze een algemeen belang dienen en de wezenlijke inhoud van de pensioenrechten niet aantasten.

Lutjens trekt uit het arrest de conclusie dat het hof bevestigt dat pensioen een eigendomsrecht is, maar dat dit geen recht op pensioen van een bepaalde hoogte geeft en dat beperkingen mogelijk zijn. Het invaren is primair een besluit van de sociale partners. Zij hebben daarbij grote onderhandelingsvrijheid. Bij het invaren wijzigt de pensioentoezegging. Er is geen sprake van het direct ontnemen van pensioen. Het pensioen is wel onzekerder, maar niet bij voorbaat minder. De wezenlijke inhoud van het pensioen blijft onaangetast volgens Lutjens. Hij concludeert dat invaren niet geblokkeerd is door de eigendomsbescherming.

Volgens Van Meerten lijkt invaren nauwelijks juridisch houdbaar. Het arrest lijkt van toepassing op ‘onder zeggenschap van de overheid staande ondernemingen’. Volgens het Hof betekent dat of een lidstaat beslissende invloed heeft op de personele werkingssfeer van de pensioenregeling. Verplichtgestelde pensioenfondsen kwalificeren als zodanig. Maar de uitspraak geldt ook voor andere pensioenuitvoerders. Ook een door sociale partners contractueel overeengekomen DB-regeling valt hieronder, aldus Van Meerten. Door het invaren wijzigt fundamenteel de juridische aard van het pensioencontract van DB in DC. Dit is de essentie van de pensioenrechten. Deze mag de overheid niet aantasten.

Bron: PensioenPro

Lees hier het volledige artikelTerug naar Nieuwsoverzicht

Kunnen wij u helpen?

Neem contact met ons op of laat uw gegevens achter.
Contact