Pensioenakkoord: er zijn nog veel openstaande punten

Pensioenakkoord: er zijn nog veel openstaande punten

9/6/20

Op 5 juni 2019 presenteerde minister Wouter Koolmees samen met vakbonden en werkgeversorganisaties, het pensioenakkoord. De opmerking daarbij was dat alleen de details van het principeakkoord nog hoefden te worden uitgewerkt. Het was de bedoeling dat dit vóór de zomervakantie van 2020 was afgerond.

Nu deze deadline nadert, is er vrijwel dagelijks overleg tussen ambtenaren, deskundigen van vakbonden en werkgevers, en vertegenwoordigers van pensioenfondsen. Koolmees hoopt dat partijen deze week de laatste belangrijke openstaande punten op kunnen lossen.

Planning is dat de vakbonden en de werkgevers daarna over het resultaat overleg plegen met hun achterban en Koolmees het resultaat aan de ministerraad presenteert. Het is echter onzeker of dit lukt, want een aantal belangrijke punten zijn nog niet opgelost.

De openstaande punten gaan over technische, maar cruciale details. Het belangrijkste punt is: hoe om te gaan met compensatie voor mensen die er na het invoeren van het nieuwe stelsel financieel op achteruitgaan. Dit zijn vooral veertigers. De reden dat de invoering van het nieuwe systeem hen zwaarder treft is de afschaffing van de zogeheten ‘doorsneepremie’.

Zodra de nieuwe regels ingaan lopen 45-plussers de subsidie in de premie mis die zij als jongere werknemer wel hebben betaald.

Het probleem lijkt voornamelijk te spelen bij de mensen die pensioen opbouwen bij een verzekeraar of ‘pensioenpremie-instelling’. Hoe deze werknemers gecompenseerd moeten worden is nog niet duidelijk. Eén oplossing is het tijdelijk verhogen van de pensioenpremies. De bedrijven die deze premiestijging moeten betalen zijn hier echter fel op tegen (zie ook het bericht ‘Pensioenakkoord: Miljardengat pensioenen nog niet opgelost’).

Een ander aandachtspunt is de vraag wat er moet gebeuren met de al opgebouwde pensioenaanspraken. De meeste grote pensioenfondsen willen die aanspraken omzetten naar pensioenaanspraken onder het nieuwe systeem. De reden die zij daarvoor geven is dat zij anders meerdere pensioensystemen naast elkaar moeten uitvoeren. Dat maakt de uitvoerbaarheid en ook de communicatie naar deelnemers moeilijker.

Om rechtszaken van boze werknemers te voorkomen willen de grote fondsen dat de omzetting van het al opgebouwde pensioen naar de nieuwe regeling verplicht wordt gesteld. Een verplichte omzetting betekent echter dat getroffen werknemers, de overheid die overgang verplicht stelt, voor de rechter kunnen dagen. De minister is daarom geen voorstander van een verplichte omzetting.

Een ander onderwerp van overleg is of alle pensioenfondsen tegelijk moeten overgaan op de nieuwe regels. Vooral de kleinere fondsen hebben veel voorbereidingstijd nodig om het nieuwe systeem in te voeren. Dit zou betekenen dat invoering pas per 2026 of 2027 mogelijk is. Daarnaast speelt nog de vraag hoe de pensioenfondsen tot die tijd moeten omgaan met dreigende pensioenverlagingen vanwege een te lage dekkingsgraad.

De Minister hoopt voor deze punten op korte termijn een oplossing te vinden. Zorgvuldig handelen vind hij echter ook belangrijk. Nu gemaakte fouten hebben nog lange tijd consequenties.

Bron: NRC

Lees hier het volledige artikelTerug naar Nieuwsoverzicht

Kunnen wij u helpen?

Neem contact met ons op of laat uw gegevens achter.
Contact