Pensioenakkoord: Kamerbrief over uitwerking

Pensioenakkoord: Kamerbrief over uitwerking

7/7/20

Op 6 juli 2020 heeft minister Koolmees een uitgebreide brief naar de Tweede Kamer en de Eerste Kamer gestuurd, waarin de stand van zaken over de uitwerking van het pensioenakkoord en andere pensioenonderwerpen zijn opgenomen.

Dit als vervolg op de stukken, die hij op 22 juni jl. aan de Tweede Kamer heeft gezonden. In de Kamerbrief gaat de minister in op de belangrijkste aspecten van de hoofdlijnennotitie. Ook geeft hij een toelichting op de gemaakte afspraken met sociale partners die ervoor moeten zorgen dat werkenden in Nederland gezond hun pensioen kunnen halen. Deze afspraken betreffen:

  • de temporisering van de stijging van AOW-leeftijd;
  • de tijdelijke subsidieregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden;
  • een meerjarig investeringsprogramma duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen;
  • een onderzoek uittreden na een aantal dienstjaren;
  • de mogelijkheden van de inzet van toeslagen voor pensioen;
  • de aanpassing van de RVU-heffing en de uitbreiding van verlofsparen.

Andere onderwerpen die in de Kamerbrief zijn genoemd:

1) Bedrag ineens en verkenning verdergaande keuzemogelijkheden

Voor de maatregel bedrag ineens is de minister van plan om een minimuminvoeringstermijn te hanteren van een jaar. Dit in verband met de benodigde implementatietijd bij pensioenuitvoerders. Dit betekent dat alle deelnemers met een pensioeningangsdatum vanaf 1 januari 2022 gebruik kunnen maken van de mogelijkheid om een bedrag ineens op te nemen. Om dit mogelijk te maken wil de minister voor Prinsjesdag het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer indienen. De beoogde inwerkingtredingsdatum is 1 januari 2021.

2) Nabestaandenpensioen

In de Kamerbrief kondigt de minister aan om het partnerpensioen bij overlijden voor pensioendatum vorm te geven op basis van risicodekking. De hoogte van het partnerpensioen is gelijk aan een bepaald percentage van het salaris op het moment van overlijden van de deelnemer. De dekking is onafhankelijk van de diensttijd. De maximale fiscale ruimte voor het partnerpensioen bedraagt 50% van het (gehele) salaris.

Overige relevante punten:

  • De risicodekking loopt bij einde dienstverband nog een aantal maanden door, zodat werknemers ‘in between jobs’ nog een dekking voor partnerpensioen hebben.
  • Bij werkloosheid loopt de dekking voor partnerpensioen door zolang iemand een WW-uitkering ontvangt.
  • Tevens geeft de minister aan dat hij niet van plan is de Algemene nabestaandenwet uit te breiden.

3) Aanvalsplan beperking witte vlekken

De minister geeft als reactie op het Aanvalsplan witte vlekken van de Stichting van de Arbeid aan dat dit plan voldoende oplossingsrichtingen biedt om de witte vlek te verminderen. Zowel op de midden- en lange termijn. Na de zomer stuurt hij een uitgebreidere reactie naar de Tweede Kamer. Wel kondigt hij aan dat hij bereid is om de (wettelijke mogelijkheid van een) wachttijd in de uitzendsector op maximaal 2 maanden te stellen, in plaats van de huidige maximaal 26 weken.

4) Pensioenopbouw zelfstandigen

In de loop van 2021 volgen gesprekken met de Stichting van de Arbeid over nieuwe mogelijkheden voor het vrijwillig aansluiten van zzp’ers in het nieuwe pensioenstelsel. Gedurende de transitiefase is sprake van een gezamenlijke uitwerking, die voortborduurt op de al eerder aangekondigde experimenteerwetgeving voor zzp’ers.

5) Arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen

De minister kondigt aan om de komende tijd samen met sociale partners, UWV, de Belastingdienst, het Verbond van Verzekeraars en zelfstandigenorganisaties een verzekeringsplicht voor zelfstandigen uit te werken. Voorwaarde is dat deze oplossing uitvoerbaar, betaalbaar en uitlegbaar is. De minister wil voor het einde van dit jaar een hoofdlijnenbrief over dit onderwerp naar de Tweede Kamer sturen.

6) Effectievere invulling Wet tegemoetkomingen loondomein

In de Kamerbrief gaat de minister in op de voorstellen die zijn gedaan om het geheel aan instrumenten in de Wet Tegemoetkomingen Loondomein (Wtl) tot een effectievere invulling te laten komen.

7) CPB-onderzoek lage rente

De minister heeft het CPB gevraagd onderzoek te doen naar de consequenties van een langdurig lage rente voor een kapitaalgedekt pensioenstelsel. Vanwege de coronacrisis kan het CPB dit onderzoek pas na de zomer opleveren. Uit een voorlopige conclusie van CPB volgt dat bij lagere rendementen de pensioenambitie lager uitkomt.

8) Uitvoering motie Klaver/Asscher over een kwalitatieve analyse van pensioencontracten

Uit een kwalitatieve analyse van pensioencontracten volgt dat een goed pensioenstelsel een sociaal contract is dat onzekerheid over de toekomst omzet in maximale zekerheid. Volgens de minister voldoet het nieuwe pensioencontract hieraan, omdat het duidelijkheid aan deelnemers biedt en het de nodige solidariteits- en collectiviteitswaarborgen biedt.

Bron: Rijksoverheid

Lees hier het volledige artikelTerug naar Nieuwsoverzicht

Kunnen wij u helpen?

Neem contact met ons op of laat uw gegevens achter.
Contact