Pensioenakkoord: Ondernemingspensioenfondsen voorzichtig positief over nieuwe pensioenstelsel

Pensioenakkoord: Ondernemingspensioenfondsen voorzichtig positief over nieuwe pensioenstelsel

4/8/20

Na het verschijnen van de hoofdlijnennotitie over het Pensioenakkoord lieten de grote Nederlandse bedrijfstakpensioenfondsen direct weten zeer tevreden te zijn met de uitkomsten van de onderhandelingen over het nieuwe pensioenstelsel. Ondernemingspensioenfondsen reageerden terughoudender. Veel van de fondsen beperken zich vooralsnog tot communicatie over het bereikte akkoord op hun website.

Omdat de details nog niet goed zijn uitgewerkt, kunnen de fondsen de concrete consequenties voor de deelnemers nog niet duidelijk maken. Hier moeten de politiek en de sociale partners zich eerst nog over buigen, stellen zij. Uiteraard is hierbij op sommige vlakken wel de inbreng van de betrokken ondernemingspensioenfondsen nodig.

De specifieke onderwerpen waar de sociale partners en de bestuurders van de ondernemingspensioenfondsen zich in verdiepen, hangen sterk af van de aard van de regeling die wordt uitgevoerd.

Ondernemingspensioenfondsen en enkele beroepspensioenfondsen maakten zich tijdens de uitwerking van de hoofdlijnen van het pensioenakkoord ongerust dat het akkoord met name bedoeld was om problemen bij bedrijfstakpensioenfondsen op te lossen. Bij hen leeft de vraag of er voldoende rekening werd gehouden met de specifieke karakteristieken van deze pensioenfondsen en de door hen uitgevoerde regelingen. De besturen van beroeps- en ondernemingsfondsen maakten zich onder meer zorgen over de verplichte verdeling van buffers, de maximering van de premie op circa 27% en het verplicht invaren. Het was niet de bedoeling dat de onderhandelingsresultaten slecht uitpakten voor de deelnemers van beroeps- en ondernemingspensioenfondsen.

Uit de hoofdlijnennotitie blijkt ook dat in geval dat de uitvoerder verbeterde beschikbare-premieregeling heeft, alleen verplichtgestelde bedrijfstakfondsen een solidariteitsreserve mogen aanhouden. Dit heeft tot gevolg dat bedrijfstakpensioenfondsen meer mogelijkheden hebben dan andere uitvoerders van een  beschikbare-premieregeling. De meest ondernemingspensioenfondsen laten echter weten dat er wat hun betreft voldoende rekening is gehouden met hun zorgen op dit punt.

Ten aanzien van de maximering van de premie maakten de fondsen zich zorgen dat een maximale premie van circa 27%, in combinatie met de nieuwe parameters, een aanzienlijke verlaging van het opbouwpercentage tot gevolg zou hebben. Met het loslaten van de verplichte rekenrente is dit probleem nu weggenomen. Pensioenfondsen mogen volgens het akkoord rekenen met een hoger projectierendement. Bovendien mag de fiscaal aftrekbare premie ook hoger worden vastgesteld: maximaal ongeveer 33% van de pensioengrondslag. Dit percentage kan nog hoger liggen vanwege diverse opslagen voor zaken als risicopremies.

Voor wat betreft het invaren van opgebouwde rechten, heeft het akkoord een mogelijkheid opengelaten voor fondsen die dat niet willen doen. Hierbij moeten de betreffende fondsen kunnen aantonen dat het resultaat van het invaren niet evenwichtig uitpakt voor de deelnemers en de werkgever(s). Dit kan bijvoorbeeld spelen bij pensioenregelingen waar de werkgever een bijstort-verplichting heeft. Een dergelijke verplichting is onder de nieuwe regels niet mogelijk.

Bron: PensioenPro
Lees hier het volledige artikelTerug naar Nieuwsoverzicht

Kunnen wij u helpen?

Neem contact met ons op of laat uw gegevens achter.
Contact