Pensioenakkoord: we zijn weer een stap verder, en concreter dan ooit!

Pensioenakkoord: we zijn weer een stap verder, en concreter dan ooit!

15/6/20

Column door Vandena van der Meer

Afgelopen vrijdagavond, de werkweek is voorbij, de meisjes zijn thuis van turnen en het eten staat in de oven. Heerlijk, het weekend kan beginnen. Maar rond half 7 komen er allemaal berichtjes binnen: het kabinet en de sociale partners zijn eruit: nieuwe afspraken over het Pensioenakkoord.

Pensioenakkoord: we zijn weer een stap verder, en concreter dan ooit!

De hoofdlijnafspraken, die in juni 2019 zijn gemaakt, zijn verder ingevuld en partijen zitten op één lijn. De achterbannen van alle partijen moeten nog akkoord gaan en dat staat komende weken op de planning. Het idee is dat de overgang gefaseerd plaatsvindt tussen 2022 en 2026. Zo hebben werkgevers, werknemers en pensioenuitvoerders de tijd om alle wijzigingen te implementeren in hun eigen pensioenafspraken.

Geen garanties in pensioenakkoord

Terwijl ik op vrijdag nog vooral wat headlines meekrijg, druppelt op zaterdag meer informatie binnen. Mooie koppen in kranten dat ‘iedereen erop vooruitgaat’. Het idee van garanties wordt bij pensioenfondsen definitief losgelaten en we accepteren dat in het pensioenstelsel onzekerheid nodig is. Dat doen we door met een andere rente te gaan rekenen. Niet langer de rente zonder risico, zoals in het huidige pensioenstelsel, maar een ‘projectierendement’ waarin we toekomstig verwachte resultaten meenemen. Door met dit projectierendement te rekenen worden de dekkingsgraden hoger. Hiermee kunnen de pensioenen sneller worden geïndexeerd. Door de onzekerheid kunnen de pensioenen ook eerder worden gekort, maar deze volatiliteit hoort bij het nieuwe stelsel. Geen garanties meer.

Financiële wijzigingen in pensioenakkoord

Ook de financiering wijzigt. Waarbij nu in pensioenregelingen nog een bedrag aan pensioen wordt beloofd aan medewerkers, gaat dat wijzigen in een belofte op een premie. Deze premie wordt belegd en afhankelijk van de resultaten krijgt de medewerker zijn pensioen op de pensioendatum. Deze premie wordt voor iedereen binnen een bedrijf of sector gelijk en dat wordt via het fiscaal stelsel gefaciliteerd. De maximale premie lijkt 33% van de pensioengrondslag te worden. Nu is het zo dat er of een leeftijdsafhankelijke premie wordt betaald, of een vaste premie voor iedereen (‘doorsneepremie’). Dit laatste gebeurt bij bedrijfstakpensioenfondsen (zoals het ABP of Pensioenfonds Zorg & Welzijn). In de huidige doorsneepremie zit een stukje solidariteit: als je jong bent, betaal je teveel voor wat je opbouwt en als je ouder bent, betaal je te weinig. Omdat in het nieuwe stelsel voor alle leeftijden precies dezelfde premie wordt betaald en toegekend, wordt de solidariteit in de premie losgelaten. Voor mensen die rond de 40 of 50 zijn, betekent dit dat ze jarenlang teveel hebben betaald en nu ze zouden gaan profiteren van het stelsel, wordt het stelsel gewijzigd. Het idee is dat deze groep wordt gecompenseerd door buffers van de pensioenfondsen. Als de pensioenfondsen met een projectierendement gaan rekenen, wordt de dekkingsgraad hoger. Hierdoor ontstaat er een buffer. En deze buffer wordt ingezet voor deze compensatie.

Over naar nieuw pensioenstelsel

Voor werkgevers en werknemers die al een beschikbare premieregeling of een verzekerde regeling hebben is het niet mogelijk om compensatie vanuit een buffer te financieren. Om die reden is besproken dat zij voor de huidige groep werknemers de regeling, met een oplopende premie, mogen houden en de nieuwe regeling dan gaat gelden voor alle medewerkers die nieuw in dienst komen. Het Verbond van Verzekeraars noemde dit afgelopen weekend een ‘weeffout’ in het nieuwe Pensioenakkoord. Zij pleiten ervoor dat ondernemingen met dergelijke regelingen zowel voor de huidige als toekomstige medewerkers de oude regeling mogen handhaven en zelf mogen kiezen op welk moment ze overgaan naar het nieuwe stelsel.

Dekkingsgraad pensioenen

Bij de overgang naar het nieuwe stelsel, verlengt het kabinet voor dit jaar de grens van korten op pensioenaanspraken. Alleen als pensioenfondsen een dekkingsgraad hebben die lager is van 90% aan het einde van dit jaar, moeten ze de pensioenen korten. Tot slot zijn er nog afspraken gemaakt rond de zware beroepen en de vertraging van de stijging van de AOW-leeftijd. Dit zijn eerdere afspraken die voor het verdere wetgevingstraject moesten wachten op de verdere uitwerking van het akkoord. Mogelijk komen er ook aanpassingen in het partnerpensioen, ook hier ligt een plan voor.

De nieuwe maatregelen, maar ook de bijbehorende tijdslijnen, zijn concreter dan ooit. Tussen 2022 en 2026 komen er wijzigingen in de pensioenregelingen voor alle werkgevers, vakbonden, ondernemingsraden, pensioenfondsen, medewerkers en deelnemers aan pensioenregelingen.  Het weekend is voorbij. Ik ben er klaar voor. U ook?

Lees hier het volledige artikelTerug naar Nieuwsoverzicht

Kunnen wij u helpen?

Neem contact met ons op of laat uw gegevens achter.
Contact