Vroegpensioen: van arbeidsparticipatie van ouderen tot het op een gezonde manier halen van je pensioen

Vroegpensioen: van arbeidsparticipatie van ouderen tot het op een gezonde manier halen van je pensioen

6/5/20

Volgend jaar is het 15 jaar geleden dat de Wet aanpassing behandeling VUT, Prepensioen en introductie Levensloopregeling, kortweg Wet VPL, in werking trad. In deze periode zijn er nog verdere aanpassingen en wijzigingen geweest die van invloed waren en nog steeds zijn op de financiële situatie van bedrijven en de pensioenen van werknemers. In dit artikel blikken we terug en benoemen we een aantal belangrijke aandachtspunten. Daarnaast staan we stil bij mogelijke toekomstige afspraken voor vervroegd pensioen.

Invoering Wet VPL

Met als doel oudere werknemers langer te laten werken om hiermee de financiële gevolgen van de toenemende vergrijzingsdruk op te vangen, werd op 1 januari 2006 de Wet VPL ingevoerd. Dit betekende dat het belastingvoordeel voor VUT- en Prepensioenregelingen voor mensen die per 1 januari 2005 jonger waren dan 55 jaar kwam te vervallen. Feitelijk dus het einde van VUT- en Prepensioen. Daarnaast werd een Levensloopregeling ingevoerd waarmee werknemers konden sparen voor periodes van onbetaald verlof. Met andere woorden: even tijdelijk gas terugnemen, om vervolgens langer door te werken.

Praktijk

In de praktijk waren er toezeggingen gedaan richting werknemers en werd er getracht om deze overeind te houden. In de basis bleven er binnen het nieuwe fiscale kader 2 fiscaal vriendelijke mogelijkheden over om toch eerder met pensioen te gaan: via de levensloopregeling en via het opbouwen van een hoger ouderdomspensioen.

De levensloopregeling bood de mogelijkheid om het opgebouwde saldo te gebruiken om eerder te stoppen aansluitend aan de pensioendatum.

Door het opbouwen van een hoger ouderdomspensioen ontstond er op individueel niveau de mogelijkheid om de pensioenuitkering te vervroegen. Veel ouderdomspensioenregelingen zijn destijds aangepast om de mogelijkheid te bieden een hoger pensioen op te bouwen. Bijvoorbeeld middels een franchise verlaging, het opbouwpercentage te verhogen en/of een bijspaarregeling te faciliteren.

Daarnaast werd er een VPL-overgangsregeling gecreëerd om over tot 2006 verstreken dienstjaren extra pensioen te kunnen opbouwen. Het extra pensioen mocht geleidelijk over 15 jaar, ineens bij pensionering of na 15 jaar worden opgebouwd en gefinancierd. Dit VPL-inhaalpensioen werd ook wel de 15-jarenregeling genoemd. De regeling eindigt per 1 januari 2021 of per 1 januari 2022 (ook in 2007 heeft men nog de mogelijkheid gekregen om de overgangsregeling te starten). In de basis was dit een voorwaardelijke aanspraak, die onvoorwaardelijk werd op het moment dat de rechten gefinancierd waren.

Indien een 15-jarenregeling werd ondergebracht bij een pensioenfonds, dan gebeurde dit vaak op basis van een gedempte kostendekkende premie.

Wijzigingen

Zoals in de inleiding reeds belicht, zijn er vanaf het moment van invoering van de wet VPL nog diverse wijzigingen geweest.

Op 1 januari 2012 kwam de levensloopregeling ten einde. Voor de deelnemers die een levenslooptegoed hadden van € 3.000 of meer op 31 december 2011, kwam er een overgangsregeling die eindigt in 2021. Het levenslooptegoed dat op 31 december 2021 nog aanwezig is, wordt in 1 keer voor het volle bedrag betrokken in box1.

Op 3 april 2018 heeft De Nederlandsche Bank (DNB) haar beleidsregels aangepast naar aanleiding van het Uitvoeringsbesluit pensioenaspecten Sociaal Akkoord 2014. Dit betekende concreet dat het inkopen van VPL pensioen dient plaats te vinden tegen de actuele rentetermijnstructuur per het einde van de voorafgaande periode. Of te wel: de VPL inkoop werd fors duurder. Veel relaties hebben hier al mee te maken gekregen. Zij hebben de verhoogde inkoop geaccepteerd of hebben de VPL toezegging richting werknemers aangepast.

Verder zijn er in de afgelopen 15 jaren diverse aanpassingen geweest die de fiscale opbouw van ouderdomspensioen hebben veranderd. De opbouwpercentages zijn omlaag gegaan en veelal afgestemd op pensioenleeftijd 68 jaar.

Toekomst (Pensioenakkoord)

Het kabinet wil er samen met sociale partners voor zorgen dat iedereen op een gezonde manier zijn pensioen haalt. Voor bijvoorbeeld “zware” beroepen zouden er de komende 5 jaren afspraken gemaakt kunnen worden over vervroegd pensioen. Het kabinet kan dan helpen door de heffing op vroegpensioen aan te passen (RVU-heffing).

Wat kunnen werkgevers doen?

Voor werkgevers is het belangrijk om te verifiëren of de gemaakte VPL afspraken richting werknemers zijn/worden nageleefd en of de voorzieningen toereikend zijn om de aanspraken te financieren. Het kan ook nog zijn dat de laatste loodjes voor wat betreft de financiering erg zwaar wegen als gevolg van aanhoudende lage rentes en Corona, en dat hier gezocht wordt naar een passende oplossing.

Verder kunnen we ons voorstellen dat er vanuit de Zorgplichtgedachte de behoefte is om de werknemers te informeren over hun vroegpensioenrechten en of hun levensloopregeling waar mogelijk nog een saldo op staat.

Montae & Partners heeft de kennis en tooling in huis om u hierbij te ondersteunen. Wij helpen u graag! Heeft u vragen over dit arikel? Neem dan gerust contact op met Johan van den Bogaert.

DownloadTerug naar Nieuwsoverzicht

Kunnen wij u helpen?

Neem contact met ons op of laat uw gegevens achter.
Contact