Coronacrisis en Pensioenakkoord: Twee scenario’s verkend

Coronacrisis en Pensioenakkoord: Twee scenario’s verkend

28/4/20

Het Pensioenakkoord is in 2019 gesloten. Minister Koolmees van SZW heeft toegezegd dat er voor de zomer van 2020 een hoofdlijnennotitie ligt. En toen kwam de coronacrisis. Wat is daarvan de impact op het Pensioenakkoord? Tot nu toe zijn de signalen uit Den Haag: We gaan door en houden ons aan de tijdslijnen. In dit artikel kijken we naar hoe de coronacrisis de uitwerking van het Pensioenakkoord kan beïnvloeden.      

Openstaande vragen

Er moet voor die hoofdlijnennotitie nog het nodige werk worden verzet. Zullen de door het CPB gemaakte berekeningen uitwijzen dat ontwikkeling van een nieuw pensioencontract zonder aanspraken en rekenrente inderdaad leidt tot een pensioen dat beter zijn koopkracht behoudt? Daarnaast zijn er nog diverse belangrijke vragen die de sociale partners en pensioenuitvoerders moeten beantwoorden.

Wat zijn de eigenschappen van de nieuwe pensioenregelingen? Hoe regelen we het ‘invaren’ van het oude stelsel in het nieuwe? Hoe verdelen we de lusten en lasten (vooral de financiering) van het afschaffen van de doorsneepremie? Hoe delen we de risico’s op een eerlijke en evenwichtige manier? Al die vragen moeten worden geadresseerd. De betrokkenen geven aan dat ze dat voor de zomerperiode kunnen doen.

Twee scenario’s

Dan die prangende vraag: Wat zal de invloed zijn van de coronacrisis op de uitwerking van het Pensioenakkoord? Dat hangt af van hoe de crisis zich ontwikkelt. Het IMF is daar pessimistisch over. Zij verwacht de grootste economische teruggang sinds de crisis van de jaren ’30. Ook ons eigen CPB is niet optimistisch. Het CPB heeft vier scenario’s ontwikkeld. Bij drie van de vier wordt de economische teruggang sterker dan de financiële crisis van 2008/9. Om het denken over de gevolgen van het coronavirus overzichtelijk te houden, gaan wij voor het vervolg van dit artikel uit van twee ver uit elkaar gelegen scenario’s:

  1. De impact van de coronacrisis is tijdelijk en er kan snel weer normalisatie optreden van maatschappij, economie en politiek;
  2. De impact van de coronacrisis is langdurig en leidt tot een diepe financiële crisis en een verschuiving in ons denkkader over vele onderwerpen, waaronder pensioenen en vermogensbeheer.

Als de crisis tijdelijk en beperkt is

In het eerste van deze twee scenario’s worden sommige aspecten van het Pensioenakkoord misschien minder ingrijpend beïnvloed. De vraag ‘Hoe financieren we de afschaffing van de doorsneepremie?’ was al een groot vraagstuk. Dat wordt door de crisis nog versterkt. Er zijn grofweg drie bronnen van financiering voor het afschaffen van de doorsneepremie. Dat zijn de premie, de buffers van de pensioenfondsen en verzekeraars en belastinggeld. Van de premie zal er door de rentestand en de terugval van de economie niet veel over zijn. Bovendien zal er heel weinig bereidheid zijn om in de huidige omstandigheden iets anders met de premie te doen dan pensioen op te bouwen, kosten te verlagen of loonruimte te scheppen. Buffers komen ook niet in aanmerking. Er zijn nog maar weinig fondsen die een fatsoenlijke buffer hebben. Bij de meeste grote pensioenfondsen is de dekkingsgraad onder de 90% gezakt. De derde bron, de fiscus, ligt ook niet voor de hand. De maatregelen van de afgelopen periode om de effecten van de coronacrisis te beperken zijn van ongekende omvang. Daar zijn vele miljarden mee gemoeid. Het is zeer te betwijfelen of er straks nog fiscale ruimte is voor het afschaffen van de doorsneepremie.

Wat kunnen sociale partners doen?

Sociale partners zouden de ambitie ‘volledige compensatie binnen de tweede pijler’ kunnen loslaten. Daarmee verkleinen zij het financiële probleem, maar roepen wel vragen op over het verdelen van de lusten en de lasten. Mogelijk biedt het hele stelsel van steunmaatregelen van de overheid kansen om deze compensatie hiervan onderdeel te laten zijn. Een argument om hiermee snel door te pakken, is dat de compensatiekosten voor het afschaffen van de doorsneepremie nu door de extreem lage rente minder hoog zijn dan aanvankelijk berekend.    

Als de crisis langdurig en diep is

In het tweede scenario is de coronacrisis meer dan een tijdelijke uitdaging voor de volksgezondheid en een tijdelijke terugval van vraag en aanbod. In dit scenario is er sprake van een diepe en langdurige economische crisis en wijzigt voor een langere periode het politieke en maatschappelijk perspectief op allerlei vraagstukken. In dit scenario komen er indringende vragen over de verdeling van schaarse publieke en private middelen. Daarbij gaat het zeker ook om de pensioenen.

Bestaande verworvenheden of toekomstig inkomen beschermen?

Wat brengt dit scenario voor het pensioenakkoord? Laten we de beantwoording beperken tot economisch en politiek perspectief. Vanuit economisch oogpunt dringt zich de vraag op of het een idee is om nu de premie/pensioenopbouw te beperken en daarmee het voor actieven beschikbaar inkomen te ondersteunen en de kosten van het bedrijfsleven te verlagen, of zelfs werkgelegenheid te beschermen Een andere vraag is hoe om te gaan met burgers in acute financiële nood die wel een spaarpot bij een pensioenfonds hebben. Je zou bijvoorbeeld de mogelijkheid kunnen vergroten om een lump sum op te nemen. In het Pensioenakkoord is daarvoor een mogelijkheid opgenomen bij pensionering. Maar het is een idee om dit onder de uitzonderlijke omstandigheden van een langdurige crisis ook tijdens het werkzame leven van de deelnemers mogelijk te maken. Wat weegt zwaarder: het beschermen van bestaande verworvenheden zoals het huidige inkomen en het eigen huis of het pensioen voor later?

Hoe kunnen pensioenfondsen helpen?

Fondsen geven vaak aan ‘van, voor en door’ een sector, bedrijf of een beroepsgroep te zijn. Wat kunnen bijvoorbeeld een BPF Detailhandel of BPF Horeca en Catering doen voor werkgevers en werknemers die zich in extreem zwaar weer bevinden? Zij zijn al coulant bij het innen van de premie. Maar kunnen ze ook hulp bieden met hun pensioenvermogen? Is daar draagvlak voor bij de deelnemers en de andere betrokkenen? Vanuit de politiek en de maatschappij kunnen we ook de vraag verwachten: Wat wordt de bijdrage van die € 1.500 miljard in de spaarpotten van de pensioenfondsen aan de Nederlandse samenleving?

Daadkrachtige regering

De politieke ontwikkelingen zijn lastiger te voorspellen, maar er zijn al een paar zaken denkbaar. We zien dat de regering en de publieke diensten met enorme daadkracht de crisishandschoen oppakken. Dat geldt juist ook voor de ministeries SZW en Financiën. De sociale partners praten al 10 jaar lang over pensioenhervormingen. Gaan zij nog een luisterend oor vinden in Den Haag voor langer doorpraten? Of pakt de politiek ook in het pensioendomein met daadkracht door en dwingt zij hervormingen af via (fiscale) wetgeving?

Herwaardering van publieke domein

In het tweede scenario van een langdurige, diepe crisis kan er een herwaardering komen van het publieke domein en de collectieve voorzieningen. De leidende gedachte hierin is dat de publieke sector (in dit geval de zorg) en de overheid/belastingbetaler uiteindelijk de meubelen redden als het erop aankomt. Marktwerking en keuzevrijheid raken op de achtergrond. In dit beeld past bijvoorbeeld om de eerste pijler te verhogen (een basisinkomen voor senioren) en de tweede pijler kleiner te maken. Of de gedachte om een groter deel van de tweede pijler in omslag te financieren.

Weten wat er onder de deelnemers leeft

Er is nog weinig te zeggen over welk scenario we zullen meemaken. Duidelijk is wel dat de coronacrisis de pensioensector stevig raakt. Sociale partners en pensioenuitvoerders moeten daarmee omgaan. Meer dan ooit is het in tijden van crisis en ingrijpende keuzes essentieel dat zij weten wat er onder de deelnemers en werkgevers leeft. Is er bijvoorbeeld bij de belanghebbenden van een bedrijfstakpensioenfonds voldoende draagvlak om noodlijdende ondernemingen binnen de sector te steunen met geld uit het fonds?

En wat kun je van deelnemers vragen? Bijvoorbeeld tijdelijk minder of geen pensioenopbouw. Zeker bij een langer durende crisis kan de keuze ‘inkomen nu of pensioen in de toekomst’ een harde realiteit worden. Als je moet kiezen tussen nu boodschappen betalen of sparen voor later, is die keus wel duidelijk. Hoe de crisis zich ook ontwikkelt, we gaan moeilijke tijden tegemoet. Maar als werkgevers, ondernemingsraden, vakbonden en pensioenuitvoerders voortdurend voeling houden met de deelnemers en keuzes maken in het belang van die deelnemers zal de pensioensector ook deze storm doorkomen.

Auteur: Sander Baars, partner van Montae & Partners

DownloadTerug naar Nieuwsoverzicht

Kunnen wij u helpen?

Neem contact met ons op of laat uw gegevens achter.
Contact