Miljoenennota en de planningsbrief van 7 oktober 2019

Miljoenennota en de planningsbrief van 7 oktober 2019

20/10/19

De jaren dat we met een vergrootglas moesten zoeken naar ‘pensioen’ in de Miljoenennota liggen ver achter ons. Hoewel Financiën in het Belastingplan 2020 het kruit nog droog houdt, houdt het kabinet de vaart in het parlementaire proces rondom de herziening van ons pensioenstelsel. In de Miljoenennota gaf het kabinet nogmaals prioriteit aan de belangrijkste issues die ons land raken en waarover consensus is bereikt. Het pensioenakkoord is een van die issues. Het is het kabinet echt menens dat ze hiervoor eenmalig de begrotingsregels oprekken om extra uitgaven aan fase 1 te kunnen rechtvaardigen. In 2020 en 2021 wordt in totaal 1,6 miljard euro extra uitgegeven voor de verwerking van het pensioenakkoord. En de inmiddels aangenomen aanpassing van het groeipad van de AOW-leeftijd tot aan 2024 kost de komende jaren ongeveer vijf miljard euro. Voor ieder jaar langer leven, hoeven ‘we’ maar 8 maanden langer te werken.

Tijdsplanning
In de planningsbrief van 7 oktober heeft de Minister een tijdsplanning gemaakt voor de vele onderwerpen. De belangrijkste, de invoering van een herzien (fiscaal) wetgevingskader staat op de rol voor 1 januari 2022. Begin 2021 wordt het wetsvoorstel aangeboden aan de Tweede Kamer. ‘as we speak’ is er een stuurgroep aan de slag met het concretiseren van de kaders. Waarbij uiteraard de hete aardappel van de dreigende kortingen als een zwaard van Damocles boven het slagen er van hangt. Want dat de nood hoog is bij veel pensioenfondsen, staat vast. Het lijkt erop dat de rente iets hoger is dan in het derde kwartaal.

De pensioenplannen in de miljoenennota bevestigen de richting van het pensioenakkoord
De belangrijkste wijziging voor velen zal zijn dat de premieovereenkomst de norm voor iedere pensioenregeling wordt. De premieovereenkomst stelt de premie centraal en bepalen werkgevers en werknemers hoe en op welke wijze deze premie wordt aangewend voor pensioenopbouw. Dat kan in zuivere individuele ‘pensioenpotjes’ zoals we die al tijden kennen in vooral de MKB-markt, maar dat kan ook in varianten op collectieve risicodelingsoplossingen zoals die bijvoorbeeld door APF-en, OPF-en en BPF-en worden aangeboden. Deze vorm van pensioenopbouw wordt in fiscale zin een beschikbare premieregeling genoemd. Het stelsel van uitkeringsovereenkomsten waarbij er sprake is van nominale zekerheid met (gratis) toeslagverlening uit overrendementen gaat verdwijnen. Zekerheden en inflatiecorrecties zijn in een wereld van lage rentes, gestegen levensverwachting en vergrijzing, onbetaalbaar. Dit betekent dat de fiscale rekensystemen –eindloon en middelloon- daarmee ook hun langste tijd hebben gehad.

Deze transitie is enorm. Het pensioenakkoord heeft echter nog veel meer in petto. De evenredige opbouw van pensioen gaat op de schop en alle uitvoerders moeten de premies gaan beleggen volgens het life cycle beginsel. De evenredige opbouw vertaalt zich nu in een vast fiscaal gedefinieerd opbouwpercentage per gewerkt jaar (1,875% in de middelloonformule) en leeftijdsafhankelijke premiestaffels in premieovereenkomsten. Dat wordt vervangen door een ‘natuurlijk maximum’. Een vastgesteld percentage voor iedereen, ongeacht leeftijd. Geruchten gaan, dat dit percentage voorlopig is vastgesteld op 27% van de pensioengrondslag.

De derde pijler wordt gelijkgetrokken met de tweede pijler
Een voor uw adviespraktijk belangrijke ontwikkeling is het arbeidsvorm neutraal pensioenkader. Dat wil zeggen, althans, zo leggen wij dat uit, dat het fiscaal regime in de derde pijler (de lijfrentes) gelijk worden getrokken met de tweede pijler. Dat zou een verruiming zijn als het in de jaarruimte gehanteerde percentage 27% van de premiegrondslag wordt. Voor ondernemers, zowel in de IB- als de B.V. sfeer, biedt dit dus ruimere mogelijkheden om via dit kader een adequate oudedagsvoorziening op te bouwen. Vooralsnog lijkt dit echter toekomstmuziek.

Een maatregel die het kabinet wel concreet onderzoekt is het mogelijk maken om zelfstandigen vrijwillig te laten toetreden tot het pensioenfonds van de branche waarin het actief is. Of dit een goede keuze is, is afhankelijk van veel factoren. Het blijft een risico om vrijwillig geld te storten in een pensioenfonds dat op grond van wettelijke bepalingen nadien verplicht is, om het uitzichtpensioen te korten. Aan de andere kant, vanuit het beleggingsperspectief is een pensioenfonds geen slechte keuze. Het zijn immers goede beleggers. Zie het pensioenfonds dan maar als een productaanbieder. Daarmee maak je de keuze vergelijkbaar met de producten van banken, vermogensbeheerders en levensverzekeringsmaatschappijen.

Van budgetbepaling naar productselectie
Na de afschaffing van het pensioen in eigen beheer, is de ODV de enige papieren reserve voor de DGA. Net zoals de oudedagsreserve voor de zelfstandig ondernemer. Van papier kun je niet lang leven, zelfs niet als het eetpapier is. In de afgelopen jaren is er een enorme innovatieslag geweest in de tweede pijler pensioenmarkt en is het aanbod van premiepensioenproducten enorm concurrerend en van hoge kwaliteit. De derde pijler markt is echter nog aan het herstellen van de woekerpolisperiode. Hoewel het aanbod ruim is, zijn de producten, uitzonderingen daargelaten, nog niet van hoge kwaliteit. We verwachten echter dat dit een enorme boost gaat krijgen. Het grote voordeel van een arbeidsvorm neutraal pensioenkader is dat er geen abritrageverschillen meer zijn in de fiscaliteit. De keuze zal voornamelijk worden gedreven door productverschillen.

Bron: Montae & Partners, naar aanleiding van Brief Koolmees dd 7 oktober 2019 ‘Planning uitwerking pensioenakkoord (“roadmap”).

Lees hier het volledige artikelTerug naar Nieuwsoverzicht

Kunnen wij u helpen?

Neem contact met ons op of laat uw gegevens achter.
Contact