CPB deelt eerste macro-verkenning nieuwe pensioenregels

CPB deelt eerste macro-verkenning nieuwe pensioenregels

4/2/20

Het Centraal Planbureau heeft de effecten van de overgang op nieuwe pensioenregels voor drie economische scenariosets berekend. Dit staat in een brief aan de Tweede Kamer. Dit is een vervolg op de notitie van juni 2019. Het CPB heeft hierin de transitie-effecten van de huidige FTK-uitkeringsovereenkomst naar een nieuw pensioencontract in kaart gebracht. Dit in combinatie met gelijktijdige afschaffing van de doorsneesystematiek. De notitie van januari 2020 geeft de effecten van de overgang op de nieuwe pensioenregels weer voor drie economische scenariosets:

  • de scenarioset van juni 2019;
  • een scenarioset gebaseerd op de Commissie Parameters 2019; en
  • een lage rente scenarioset.

Deze macro-verkenning vormt een goede basis voor de verdere uitwerking van de twee contractsvormen. Het geeft inzicht in hoe bepaalde aannames uitwerken op de twee contractvormen.

De volgende conclusies worden getrokken uit de berekening van de drie scenariosets:

  • De transitie-effecten (gemeten in netto profijt) van de overgang op een nieuw pensioenconract en de afschaffing van de doorsneesystematiek zijn sterk afhankelijk van de scenarioset, in het bijzonder van de gemiddelde rente op de lange termijn, die in de scenarioset is gebruikt.
  • Een hogere gemiddelde rente in elke scenarioset leidend tot een hoger gemiddeld rendement zorgt voor hogere vervangingsratio’s voor verschillende cohorten. De verschillen, gemeten in vervangingsratio’s tussen de scenariosets, zijn groot.
  • Als de rente hoog is, is er sprake van aanzienlijke transitie-effecten. De rendementen zijn in dat geval waarschijnlijk ook zo hoog dat dit zorgt voor voldoende compensatie van de effecten van de transitie. Als de rente rond de 0% is, dan is er geen of amper sprake van transitie-effecten. Compensatie lijkt in dit geval dus niet/nauwelijks nodig.
  • Een snelle compensatie van de transitie-effecten in bijvoorbeeld één jaar of op één moment vraagt om het vooraf bepalen van de transitie-effecten en dus om een visie op de renteontwikkeling voor de komende periode. De ontwikkeling van de feitelijke rente kan uiteraard in de praktijk afwijken van deze renteontwikkeling, met als effect over- of ondercompensatie. Dit geldt voor elke visie over de toekomstige renteontwikkeling. Op dit moment is nog niet bepaald welke risico-neutrale scenarioset het best geschikt is voor het bepalen van compensatie voor transitie-effecten.

Bron: SZW / CPB

DownloadTerug naar Nieuwsoverzicht

Kunnen wij u helpen?

Neem contact met ons op of laat uw gegevens achter.
Contact