Verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen: dispensatie en gelijkwaardigheid. Kan dat nog?

Verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen: dispensatie en gelijkwaardigheid. Kan dat nog?

23/6/2022

Wat is de situatie in Nederland?

In Nederland bouwen de meeste werknemers pensioen op bij een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds. De verplichtstelling van het bedrijfstakpensioenfonds kan op verschillende manieren geregeld zijn:

  • in de CAO van de bedrijfstak,
  • door de verplichtstelling van het pensioenfonds zelf, of
  • door afspraken binnen een werkgeversvereniging.

Veel werkgevers in Nederland vallen onder een bedrijfstak-CAO die algemeen verbindend is verklaard en waarbij arbeidsvoorwaarden collectief voor een gehele sector geregeld zijn. Onderdeel van zo’n CAO kan zijn dat werknemers pensioen opbouwen bij het bedrijfstakpensioenfonds. Voor het bedrijfstakpensioenfonds kan een beschikking zijn afgegeven die deelname voor werkgevers en werknemers in de sector verplicht stelt. In veel gevallen sluiten de algemeen verbindend verklaring van de CAO en de verplichtstelling van het bedrijfstakpensioenfonds op elkaar aan, maar dat is niet altijd het geval – beiden moeten dus onderzocht worden. Verplicht deelnemen aan een bedrijfstakpensioenfonds kan ook volgen uit het lidmaatschap van een werkgeversvereniging, als onderdeel van de voorwaarden die verbonden zijn aan dat lidmaatschap.

Volgens cijfers van De Nederlandse Bank bouwden in 2019 bijna 5,3 miljoen werknemers pensioen op bij een bedrijfstakpensioenfonds, dat is bijna 70% van de Nederlandse beroepsbevolking. Van het resterende deel bouwde ongeveer een half miljoen werknemers pensioen op bij een ondernemingspensioenfonds. En ruim 1,7 miljoen werknemers bouwden pensioen op bij een pensioenverzekeraar of een premiepensioeninstelling. Voor de laatste groep werknemers geldt dat een gedeelte onder een verplichtstelling van een bedrijfstakpensioenfonds valt, maar de werkgever heeft in dat geval het pensioenfonds verzocht dispensatie te verlengen zodat zij een eigen pensioenregeling kunnen voeren.

Waarom een eigen pensioenregeling?

Er zijn enkele wettelijke gronden waarom werkgevers die onder de verplichtstelling van een bedrijfstakpensioenfonds dispensatie kunnen krijgen voor een eigen pensioenregeling:

- De werkzaamheden van een werkgever zijn in de loop de jaren veranderd naar werkzaamheden die vallen onder de verplichtingstelling van een bedrijfstakpensioenfonds, maar de werkgever had al een eigen pensioenregeling;

- De pensioenregeling van een werkgever bestond al voordat het bedrijfstakpensioenfonds verplicht werd gesteld;

- Een werkgever is onderdeel geworden van een groep met een eigen pensioenregeling of de onderneming heeft de pensioenregeling vastgelegd in een eigen CAO;

- Een bedrijfstakpensioenfonds heeft dispensatie verleend aan een werkgever in verband met onvoldoende beleggingsrendement door het bedrijfstakpensioenfonds.

Een werkgever die een eigen pensioenregeling heeft maar valt onder de verplichtstelling van een bedrijfstakpensioenfonds kan dispensatie krijgen van een bedrijfstakpensioenfonds. Met uitzondering van dispensatie op grond van een groepsregeling of eigen CAO, geldt daarbij de voorwaarde dat de werkgever een eigen pensioenregeling moet hebben die ten minste gelijkwaardig is aan de pensioenregeling van het verplichte bedrijfstakpensioenfonds.

Wat is een gelijkwaardige pensioenregeling?

Werkgevers met een eigen pensioenregeling die vallen onder de verplichtstelling van een bedrijfstakpensioenfonds moeten aantonen dat hun regeling ten minste gelijkwaardig is om voor dispensatie (vrijstelling om de pensioenregeling bij het pensioenfonds onder te brengen) in aanmerking te komen. Dat kan soms door middel van een kwalitatieve vergelijking, maar meestal is een actuariële gelijkwaardigheidstoets nodig.

Bij een kwalitatieve toets dient de werkgever te beschrijven dat relevante onderdelen van de eigen pensioenregeling gelijk of beter zijn dan van de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds. Voorbeelden van die onderdelen zijn de pensioengevende loonbestanddelen, franchise, pensioenrichtleeftijd, opbouwpercentage voor het ouderdomspensioen en de nabestaandendekkingen. Als de pensioenregeling op alle relevante onderdelen ten minste gelijk is dan zal het bedrijfstakpensioenfonds dispensatie verlenen of verlengen.

Bij een kwantitatieve toets (een actuariële gelijkwaardigheidstoets) dient de werkgever de gelijkwaardigheid aan te tonen door middel van actuariële berekeningen volgens de voorschriften die zijn opgenomen in Bijlage 3 van het Vrijstellingsbesluit Wet Bpf 2000. In de berekeningen worden de onvoorwaardelijk toegezegde reglementaire pensioensoorten van de eigen pensioenregeling en de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds gewaardeerd. Als het financieringssysteem ten minste gelijk is (financiële gelijkwaardigheid) én de contante waarde van de toekomstige uitkeringsstromen volgens de eigen pensioenregeling tenminste gelijk is aan 95% van de contante waarde van de toekomstige uitkeringsstromen volgens de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds (actuariële gelijkwaardigheid), is de eigen pensioenregeling gelijkwaardig. Dit vergt berekeningen die een werkgever niet zelf kan doen, maar waarvoor de hulp van een actuaris wordt ingeschakeld.

Wat zijn de voor- aan nadelen van een gedispenseerde pensioenregeling?

Op deze vraag is geen eenduidig antwoord te geven, want iedere werkgever maakt zijn eigen afwegingen. Relevant voor een eigen pensioenregeling zijn: de eigen regie over de pensioenregeling èn uitvoerder, uniformiteit als niet alle werknemers onder de verplichtstelling vallen. Tegenargumenten zijn de extra werkzaamheden voor het in standhouden van een eigen pensioenregeling, de kosten voor het uitvoeren van een gelijkwaardigheidstoets en soms kosten van het bedrijfstakpensioenfonds voor de beoordeling daarvan.

Bovenstaande afwegingen laten onverlet dat voor veel werkgevers de kosten van de pensioenregeling de belangrijkste afweging zijn. Kosten kunnen echter een voor- of nadeel zijn van een eigen pensioenregeling. Afgelopen jaren hebben bedrijfstakpensioenfondsen de premie vaak verhoogd, maar we zien ook dat de kosten van gedispenseerde pensioenregelingen aanzienlijk zijn gestegen. Door de lage rentestand en de forse actuariële grondslagen die door bedrijfstakpensioenfondsen worden voorgeschreven volgt er uit de actuariële berekeningen voor een gelijkwaardige pensioenregeling vaak een marktrentestaffel. In sommige gevallen blijken de kosten van een gedispenseerde pensioenregeling zelfs hoger dan de kosten van de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds.

Wat is de invloed van De Wet toekomst pensioenen op de gedispenseerde pensioenregelingen?

De Wet toekomst pensioenen zal de komende jaren zijn weerslag hebben op de pensioenregelingen van bedrijfstakpensioenfondsen en daarmee ook op de gedispenseerde pensioenregelingen. Vanuit de bedrijfstakpensioenfondsen zal er gevraagd worden om de gedispenseerde pensioenregelingen te hertoetsen zodra de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds is aangepast. Volgens het Besluit toekomst pensioenen dat ter consultatie is voorgelegd, blijven de huidige regels voor het toetsen van actuariële gelijkwaardigheid van kracht en worden voor het toetsen van financiële gelijkwaardigheid de premies van de beide pensioenregelingen met elkaar vergeleken. Werkgevers die gebruik maken van het overgangsrecht voor verzekerde pensioenregelingen, mogen daar bij de toets rekening mee houden. Het is afhankelijk van de samenstelling van het werknemersbestand en de gekozen uitgangspunten of een gelijkwaardige pensioenregeling nog een kostenvoordeel kan opleveren.

Wat kan Montae & Partners doen voor klanten met een gedispenseerde pensioenregeling?

Montae & Partners heeft jarenlange ervaring met de juridische beoordeling van verplichtstellingen en het uitvoeren van actuariële gelijkwaardigheidstoetsen, kwalitatieve toetsen en het bepalen van bijstortingen indien werkgevers een pensioenregeling met terugwerkende kracht gelijkwaardig moeten maken. We kunnen werkgevers en collega pensioenadviseurs bij alle vragen over verplichtstellingen, dispensaties en gelijkwaardige pensioenregelingen ondersteunen. Dus heeft u een gelijkwaardigheidsdossier of een vraag, dan kunt u contact opnemen met Roel Nass via onderstaande contactgegevens.

Door op “Accepteren” te klikken, stemt u in met het opslaan van cookies op uw apparaat om de navigatie op de site te verbeteren, het gebruik van de site te analyseren en te helpen bij onze marketingactiviteiten. Bekijk onze Privacy Policy en Cookie Beleid voor meer informatie.